Heupwiegen

Maar ik bleef staan
met nog een drankje in de hand
aan de kant
En de rest
was een feestje
waar men zich vermaakte
waar ik te lang bleef
geen idee hoe ik weg ging
hoe ik er weg kwam
maar ik weet nog
dat ik best wel had willen dansen
en zo meer.

 

Groot

Pap, wil je me
houd je me
sta je pal

tussen mij en de wereld
die ik zo klein als ik ben
nog niet zo vertrouw
die ik zo klein als ik ben
nog overweldigend vind

al klopt mijn hart
al ben ik groter
en weet ik wel
ken ik de woorden wel

en al schoot ik mijn pijlen
tot de boog brak
keer op keer
al scheurde ik met mijn step
over de brede stoep
de hoek om
tot waar mijn wereld ophield

Nog niet zoveel groter
moet ik maar mijn eigen pa zijn.

De pot

In mijn tweede jeugd aanbeland
– hoop ik met stille vreze –
wordt dat alras gelogenstraft
als ik moet
en de wc geduldig wacht
tot ik klaar ben met mijn plas
waaraan geen einde komt
overdreven gezegd.

Ach, kon de tijd maar de pot op
mij niet heus.

Het zou wel mooi zijn

Geen maat
staat er op de mens
De wereld verandert waar je bij staat
De uitblinkers schitteren
gedragen door de dragers
en al het leven in de brouwerij
De smaken zijn zoet en zuur en zout en bitter
Maken we er wat van
dat langer beklijft dan een ijstijd?
Zal iemand nog weten
wie Bach was of Rembrandt
een Leonardo da Vinci
wie Jezus was of Boeddha
wat piramides waren
over een honderdduizendtal jaren?

Peinst weer, raak of niet

Een spiegelbeeld is niet echt
Een fantasie is niet echt
Goed en kwaad zijn niet echt

Behalve dat ze op hun manier echt zijn.
En zoals het ook geen zin heeft om te zeggen dat alle spiegelbeelden of fantasieën cq verbeeldingen dan niks waard zijn – het zijn en blijven beelden waar je tóch niet omheen kunt (althans sommigen, of velen) – zo heeft het ook geen zin om te stellen dat de constatering dat goed en kwaad in wezen, in zeker zin of hoe je dat ook wilt zeggen, niet bestaan zou betekenen dat dat alle goed en kwaad relatief maakt, niks voorstelt, niet bestaat; het punt is juist dat, al is alle goed en kwaad resultaat van en afhankelijk van het denken en handelen van de mensen zelf, dat het in die zin wel degelijk bestaat en ook de bewering zelf, dat goed en kwaad niet bestaan, of dat alles betrekkelijk is, niets anders is dan een uiting die bijdraagt aan wát en hoe zaken als goed en kwaad worden bezien….

Ook al is wat je goed en kwaad noemt, wat je zelf als slecht of verkeerd of fout ervaart, het resultaat van wat je allemaal ingeprent krijgt of genetisch meekrijgt van jongs af aan, dat maakt het weliswaar dus betrekkelijk, maar niet minder werkelijk, niet dat je net kan doen alsof goed en kwaad niet bestaan… althans, niet zonder risico om daar door anderen en de maatschappij evt. hard op afgerekend te worden.

Wat goed en kwaad is bepalen wij zelf. Daarmee is het subjectief, kan je zeggen. Maar hoe mooi zou het zijn als we als mensen bijvoorbeeld gewoon in vrede en met respect voor anderen – voor alles – zouden kunnen leven? Dat we als mensen goed en kwaad onderscheiden, stelt ons best wel voor een mooie uitdaging, zou je ook kunnen zeggen.

(Kauw er maar op) (of niet)

Vergeet me niet

Dacht ik het niet:
de winter is nakend
het vergeetmenietje vergaan
In mij
draag ik de hete dagen met mij mee
en ik neurie
en ik fluit een deuntje
– het werk is gedaan –
als ik in gedachten de hele wereld omarm

Al laat de kou mij niets anders
dan de kou alleen
tot slot

voorbarig gezegd
maar op je laatste benen
valt er niets meer te dichten.

Wat zal ik?

De dood is nog ver weg
– ga ik vanuit, vooralsnog.
En al heb ik dan geen whiskeyglas
– noch whiskey om te schenken –
het gemoed wil overstromen
over de rand en vloeien
al heb ik dan geen glas
waar ik ’t leven uit drinken mag
ook met lege handen mag ik

Met lege handen mag ik
mijn schreden richten
zelfs doelloos
zelfs stil
mag ik

Alles mag
van de wereld
zelfs al zeggen ze van niet

Zonnen en manen
laten het onverschillig
– van de meesten is het licht
nog onderweg, al zijn ze weg –
of ik leef en wat ik zoal vermag
in die leegte
verluchtigd met leven, met elk deeltje
wat ook maar beweegt

Wat je ook beweegt:
de troost is schraal
als je haar van buitenaf beleeft

Van binnen is het een ander verhaal
een verhaal, inderdaad.

Plat

Machtig zijn woorden
en zinnen
verhalen
die je verlokken
eens te meer als ze zijn gedeeld

Je bent de enige niet
die meent dat de aarde plat is.

Maakt niet uit

Onderhuids de aderen
waar het bloed stroomt
Onderhuids de gewrichten
die je bewegen
Verder plooien en ogen
en een mond
oren die met oorlelletjes
of niet
vast zitten aan je schedel
en haren waar je wilt en niet
Ogen die ook mij kunnen zien
mocht het zo geschieden
Een buik
die meer leven in zich heeft
dan in z’n eentje
Een spoortje kwijl in een mondhoek.

Van de leg

Nee, je bent toch meer
meer dan een bonbon
al wil je me wel
en je bent zo helemaal
jezelf, dat ik niet anders
kan dan je verlekkerd te zien
en ben als was in je handen
bijt ik mijn verlangen stuk
tot ik mij heb verloren
in smaken die zich vermengen
in zoet en zilt
weg van de weg.