Hartklop

Zal ik je eens zeggen, mijn beste:
je weet wel dat je hart wel weet
heeft van het leven, van keuzes
waarvoor het klopt en waarvoor
niet, dat het moed geeft zolang
het klopt en het leven lief-
heeft, door verlangen en lust
gevoed en door al je zinnen
door angst en je altoze hoofd

dat maar zaken blijft scheiden
en ze maar blijft verknopen
zonder je ook maar één hart-
klop verder te brengen
en voor je het weet een deken
over je heen legt waar het veilig
toeven is, zij het donker en alleen.

Vaart op aard

Heel wat stappen gezet
tot nog toe vanaf toen
ik ter wereld schijn te zijn
gekomen. Daar was ik
mooi klaar mee; eigenlijk
nog lange niet en figuurlijk
bezien blijven mijn stappen
niet die van een hardloper
die wegen verslindt bij de vleet.

 

Aanmodderen

Had ik maar een arm
om mij heen
die niet van mijzelf was
en wist ik mij maar geborgen
Had ik maar een arm
voor jou ook
Hadden we hart voor elkaar

Allicht schiet je dan tekort
zegt het hoofd
en maakt zijn eigen woorden waar.

…….

Dag

In gezelschap
sinds een maand of wat onder
handbereik, een hele wereld
aan smaak; jij bent er niet
noch jij, noch wie ooit mijn
aandacht had, mijn hart

Voor nu hef ik dan het glas
al ga ik vanavond weg
ook van mijzelf, juist
van mijzelf, al komt
daarmee de wereld alleen
binnensijpelen
en iedereen daarbij
om op te lossen bij het aan-
breken van weer een dag.

Bliep-bliep

O, nee toch
niet overal, lang niet overal
noch alle dagen
trad de mens de aarde met voeten
waar die nu bivakkeert en raast en vliegt
zonder besef van waarvandaan
anders dan uit de moeder en van de vader
zonder besef van waarheen
anders dan dat ten minste dit hier en nu stopt
op een gegeven moment

en dan steeds maar met alles wat ons is gegeven
er zoveel mogelijk van te maken, van dit leven
met horten en met stoten
het je eigen maken
een sprookje
over en uit.

In zo’n bui

Heerlijk fijn veilig
onder mijn eigen paraplu
Er was eens een bui, in de tijd
dat ik nog onder die van mam
op straat de poppetjes zag op-
springen en dansen, zo
uitbundig al was hun alleen
– maar met met zovelen, met
onnoemelijk zovelen tegelijk –
een leven beschoren, een fractie
van een seconde, zo kort
zo, een leven later
leef ik alweer op nu
onder mijn eigen paraplu.

Dans

Dansen? Met mij? Je bedoelt met mij?
Wij samen? Jij en ik? Alsof we
even de tijd doden, in vergetelheid
en onbevangen elkaar echt zien
alle opsmuk voorbij en dat we
elkaar weten te raken zonder woorden
meer nog: zonder elkaar te raken elkaar
aan te voelen zonder meer en om en om
elkaar geven en heen en terug
dat jij lacht, dat ik lach, met ons hele wezen
bij elkaar en zweven in de lucht
bij elkaar en in de greep van de aarde
temeer nog
als onze vingers kruisen en de warmte
van elkaar ons weet in te lijven
in een dans van heupen, mond en ogen
naar elkaar?

Dan, o ja, dan ben jij degeen
van wie ik nooit dromen wou
van wie ik dromen zou.

 

Zien

Op pad op weg door de stad
uitgekiend de verbindingswegen gemeden
langs het kanaal, langs de wijkvijver
en dan opeens een kleine groene oase
waar ik de geur van dennen weer
elke keer mag ruiken
en waar een gouden hond tegemoet
kwam kwispelen en groette met natte neus
aan mijn hand
en ik voor een moment zo goed als zen.

Geen zin om te slapen, enerzijds, anderzijds

Wacht even. Een moment nog
al houdt de slang van vermoeidheid
me in zijn greep, grijs en oud, geslepen
Laat me ten minste nog dit mee-
krijgen en geven voor de nacht aan
om nog uit mijn dagelijkse dag te peuren
wat toch ergens in de boezem ligt
tussen het hartkloppen door

[heen]
Ik ging mijns weegs nog door de ochtendmist
de stad was zo stil en je kon de lente
al bijna raken. Veel merels en in de schaduw
van het bosje met de daslook was
de dode reiger weg en op vermolmde stammen
vieren zwammen met brede hoeden hun feestmaal

[terug]
Ik ging mijns weegs en verwelkomde zonnebaders
en menigeen in korte mouwen verleidde mij
tot het uittrekken van m’n suède nachtblauwe jas
op weg voor het weekend voor de open brug
op mijn gemak op weg
naar een geleverd zwangerschapskussen
waar ik een verzwaringsdeken had besteld
en met gemak heb terug gestuurd
met drie keer dan het vriendelijk meisje
van de balie van de super tot gevolg
– alle kleine beetjes helpen –

[uitgedoofd]
de slaappil – nu een week – zet geen zoden aan de dijk
in mij houdt genoemde slang nog steeds zijn leger
maar ergens in me schuilt muziek, is het warm en geborgen
wie weet houd ik ‘m deze keer toch in toom
en bovendien gaat het regenen
en een wekker zetten hoeft ook al niet
Ik zie een beetje uit naar morgen.