Vrijuit

Spreken is zilver. Zwijgen is goud
En roeptoeteren is lood om oud ijzer
En woorden uit haat en nijd luchten
lucht je opgeblazen hoofd op
en maakt harten koud

Laat mij maar ademen
in en uit, dat ik kan leven
en spreken en zwijgen kan
naar hartelust.

De wereld in een notedop [Van alle markten thuis]

En, wat mag het zijn?
Deze keer wat appels en peren?
Of toch maar druiven?
Het is het seizoen wel niet
maar we hebben de beste bewaard
voor ’t laatst
Gisteren nog kwam er een mevrouw
speciaal voor, helemaal uit
Noordwolde
– en dat met al die omleidingen,
kan je nagaan –
Ja de appels zijn wel klein dit jaar
Het klimaat hè, het klimaat
Oh, is de kleine mee vandaag?
Ja, vrede zou wel een mooi goed zijn.

Inval. Overval. Uitval.

Jongen, het gaat niet aan.
Nee, dat klopt. Maar gaat dus tóch mooi door
al is mooi in dit verband
een doekje voor het bloeden
van de zoveelste wond in de loop van de tijd
van jongens en meisjes, van mensen voor zover
ze oud worden, misschien volwassen en heel soms wijs

Daar zijn we nog lang niet klaar mee dan
Nee, dat klopt. En het gaat toch ook móói door
zolang we elkaar maar blijven zien
een hand kunnen geven of meer
het moeten voorbij.

Onmacht is een gedeeld goed

Nog eentje dan? Nog een woord?
Iets van zin? Betekenis?
Of toch maar nóg een hapje van de mousse?
Of liever een hand, een arm
om je schouders?

Woorden bij de vleet
juist als er geen woorden zijn
die recht doen
Soms zijn die woorden niet meer
dan een vorm van zwijgen
van ons mensen
die nu eenmaal hoofden hebben en tongen.

Ongegrond

En dan val je
na het eten
of met bord op schoot
en na thuiskomst even op internet
Dan val je
in het nieuws
Dan val je

En dat is dan niets nog
met hoe diep en zwaar zij vallen
in oorlog
waar vaste grond
onder hun voeten weg is.

Prijs

Kalm ligt het meer er wel weer bij
na de stormen. Het water stroomt
intussen naar de overloopgebieden
Elders wacht het nog, het water
hoeveel vuil en hoeveel doden
het weg zal moeten wassen
van het mensenland gedrenkt
in bloed en geld.

Voor poëzie

Soms zie ik wel mooie zinnen, maar
begrijp ik ten ene male er niets
van waarom zinnen en zelfs coupletten
worden afgebroken, zomaar, geen

andere reden dan om ’t ogenschijnlijke
genoegen scheppen in regels
die van circa gelijke lengte het oog
beroeren en dat moet dan doorgaan

voor poëzie, waar zinnen al zouden spreken
de gaten in de wereld zouden dichten
zonder kunstgrepen de zinnen laten zwemmen
zonder de lezer zich zelf redelijk te redden.

Laagland

Ons landje, neder landje
is best wel wat
als je kijkt naar geld en kennis
het valt in het niet
als je in ogenschouw neemt
hoe groot de oceanen zijn
dan leven die nederlanders eigenlijk
ook wel weer aan de rand van een vulkaan.