Op lemen voeten

Zou de paus wel echt geloven
in god en satan, in hemel en hel?
En de martelaar, zelfmoordterrorist?
Die ook?

Altijd maar zo zeker weten
zonder ooit maar een barstje
in hun weg van geloof?
Zo hard, zo broos

Wat moet je dan ook
anders dan buigen of barsten
tegen een wereld en de mens
die alleen al door zijn bestaan
getuigt van tegenstrijdigheid?

Barsten van onverzoenlijkheid en haat
tegen, tegen, tegen alles en iedereen
behalve wie op jouw standpunt staat

Waar ben je
als je je geloof achter je laat?

Droomwandeling

Ogenschijnlijk, onwaarschijnlijk
droog ligt het land
aan mijn voortschrijdende voeten
houd ik mijn tranen binnen
en mijn adem in
hartklop voor hartklop
Zand en steen vergezellen me op
weg naar een volgende oase
waar ik voor even mijn dorst mag
lessen voordat ik het groen weer achter
laat en ik weet wel, te laat
dat dit het land is van mijn dromen
gewrocht van eigen vlees en bloed
en hersenspinsel, getekend zicht. Wellicht
ga ik beter blind en op de tast
dat ik dan een hand kan geven
en mijn hart
dat ik jullie stemmen hoor
misschien zelfs van jouw mond proef
waar het gras dan altijd groen is.

Matrix

Geef ons heden
ons dagelijks brood
en spelen
Een vakantie daar
een reisje hier
geld
voor plezier, vertier
Komt allen bij elkaar
voor of zelfs in een scherm zogezegd
nemen we het allen waar
ziende blind wat ik u brom
op ons rug aan de kant gelegd.

Onderweg

Nee, niet daaronder, begraven onder
asfalt of beton, of onder klinkers van de straat
En als ik omzie, dan keer ik niet weerom
al sta ik stil terwijl ik voortga
of ga ik voort terwijl ik stil sta
– de tijd mag het weten

De horizon lonkt niet
De grond lijkt nog vast onder mijn voeten
In de ochtend mag ik vogels horen
’s avonds zwaluwen zien scheren boven het watervlak
Door mijn verrekijker zie ik alleen maar zwart
het zwart van de doppen voor het glas

Ik haal die er niet af
tracht mijn ogen maar uit te kijken
als ik niet slaapwandel
en het leven droom.

Geen punt

Waar nog geen woorden
waar nog geen streek is gezet
geen begin van een beeld
is er wat er is
geen chaos, geen leegte
noch ruimte, noch vrijheid
en daar heb je het maar
mee te doen

en dan maken we maar woorden
– van geloof, religie, politiek
van liefde en begeerte –
beelden en muziek
geuren

Kunnen we eigenlijk wel zonder kleuren?

Nou moe

Als het steeds maar alleen
volhouden is, of dat nu is
aan de oppervlakte, of dat dat
de bodem is waarin dat wortelt
wat vrucht draagt
– als het al tot bloei komt –

als het idee is dat het allemaal
wel goed komt
in ieder geval
bij het slotakkoord

als de bodem niet gevoed wordt
licht, water, warmte in het niet
vallen bij opgezette stekels
bij een huid van leer
als het hart van hout versteent

da’s nait te best .

#pizzaenwijn #morgenweereendag #overdrijvenisookeenkunst

Handkus

Als de rivier dan droog valt
kan ik dan wel oversteken
naar de overkant? Of rest
dan alleen een vlakte
en was dat leven altijd al een brug te ver?

Zonder glas zie ik zo scherp niet
Wazig zou ik voortgaan
Wellicht is dat wat mij past

Net genoeg heb ik wel weet
van wat ons beweegt
– zo verwant ben ik wel aan jou –
net genoeg om teveel te zijn
en maar te blijven schipperen
aan de oever en de kust.

Zonnige dag

Oh, een dwarrelend blaadje in de wind
Of, of is het toch een vlinder?
Ja, het is een vlinder; prachtig
Toch zijn die vlinder en ik gelijk
dwarrelende blaadjes in de wind

al dwarrelen we niet gelijk
en vlinder ik toch heel anders
met mijn eigenste hoofd
op mijn eigen benen
min of meer.

Langs de rand

Een cliché is het, zo’n voetstap op het strand
aan de vloedlijn, of meerdere
van volwassen grootte en ernaast
van die kleintjes van een kind
als ik erachteraan loop
voor de vloed
op enig moment
in mijn leven
verstild op kleine voet.

De vuurtoren werpt zijn licht
over mij heen en over alles wat zoal
verder nog is te vinden, uiteenlopend
van scheermessen, blaaswier tot een sandaal
van kwallen, een ton, touw, tot een geraamte
waar ik langzaamaan een voorbeeld neem
aan de dribbelende vogels met niets anders
dan leven tot de laatste slag.

Foto Job Antoine

Hartklop

Zal ik je eens zeggen, mijn beste:
je weet wel dat je hart wel weet
heeft van het leven, van keuzes
waarvoor het klopt en waarvoor
niet, dat het moed geeft zolang
het klopt en het leven lief-
heeft, door verlangen en lust
gevoed en door al je zinnen
door angst en je altoze hoofd

dat maar zaken blijft scheiden
en ze maar blijft verknopen
zonder je ook maar één hart-
klop verder te brengen
en voor je het weet een deken
over je heen legt waar het veilig
toeven is, zij het donker en alleen.