Madrid in Grunn’

Eerder vanavond even nog
naar buiten en het was zo zwoel
moest ik denken aan die ene ochtend
in een zomervakantie in noord Spanje
met een tussenstop in Madrid
toen ik in alle vroegte naar buiten
ging buiten het hotel om een taxi
Zo stil, zo warm nog
Een andere wereld, een andere tijd
met mij daarin.

Kon minder nr.2

Het uitzicht ligt daar maar
Een beetje zus, een beetje zo
in de loop der seizoenen en
om van decaden, laat staan de tijd
niet te spreken; allicht
zoals het er nu naar uitziet
wordt waar ik mag wonen niet mooier
dan dit en met een beetje mazzel
– of een boel daarvan –
– zo schiet me door ’t hoofd nu –
zie ik dan dat
en als het meezit niet alleen
of dooft de wereld juist alleen voor mij.

In de gaten

In den beginne wilde ik niets
en had niets te willen ook
geperst uit de moederschoot
vrucht van enig samensmelten

Vervolgens had ik ermee te maken
dat ik er wel wat van maken moest
om nog even niet op te lossen
in lucht of aarde

De zin ontging mij altijd al, al
kreeg ik steeds meer woorden
tot mijn beschikking en ontging
enige zin voor schoonheid mij niet

Geen idee hoe lang
daarop voort te borduren
met alle haken en ogen vandien
al valt door de gaten nog steeds licht.

Gewis

Wist je dan niet, Job
dat je elk moment anders
had kunnen kiezen, anders
had kunnen doen en je leven
een andere wending had
kunnen geven

Dat idee, mijn beste
is me niet vreemd
Zelfs zou het waar kunnen zijn
mocht er zoiets zijn
als een ik dat alles even kon pauzeren
alles in ogenschouw nam
voordat het beslissingen nam en dan
handelde naar eigen dunk

Welbeschouwd is dat alles zo
onontkoombaar ogenschijnlijk
zoals een spiegelbeeld je aankijkt
bij de gratie van het beeld

denk ik,
zo de onvermijdelijke woorden
van zich doen spreken.

Zijdelings

Op de bank gezeten
– ben ik nou helemaal van de pot gerukt –
sla ik een arm om je heen

Maar de film is echt
waar jij te wensen over laat
Nu kan ik mijn gedachten
er nog bij houden

Mocht ik jou
daarentegen tegen mij aan
genesteld weten
wist ik me geen raad

Verzuchting

Op de bodem
van het leeg gedronken glas
ligt mijn geest
zo niet mijn ziel
bevrijd van banden van alledag
om uit te vliegen
al is het maar in woorden
op het spreekwoordelijk’ papier

Mega is het allemaal niet
Erboven hangt de vraag
Wanneer is degeen die je ziet
meer zichzelf? Met een stuk in de kraag
of als dat alledaags’ gewoontedier?

Ach, was ik maar ongebroken
uit één stuk

dan wist ik het allicht
nog steeds niet allemaal
maar klopte mijn hart
met vereende kracht

In de stroom

Het was niet lang geleden
en nog steeds niet
dat ik ter wereld kwam

Onder de douche klok ik de tijd
aan de hand van een zandloper
– die houdt bij vijf minuten op –
al houd ik me er niet altijd
even stipt aan

Mijn tijd loopt in een oogwenk
zeker naarmate de tientallen jaren
om van eeuwen niet te spreken
zich onvermurwbaar ontvouwen.

Borstig spel

Twee roodborstjes dansten
om elkaar en met elkaar
op de grond
Dood blad stoof op
voordat ze voor mijn nadering
elk een kant opvlogen
– daar in het Sterrebos –
en ik maar met de vraag bleef
of het toch zo zijn mag
dat ze elkaar nog zullen mogen.

In memoriam in spe

Gisteren op mijn aanrecht
zat een witte kleine vlinder
– echt waar –
totaal onverwacht, ongedacht
Ik besefte haar (zijn?) aard pas
toen ik ‘r bij de vleugels greep
Wat daarmee aan te vangen in de winter?

Wat voor denken, gedachten
zou die eertijds verpopte rups hebben
en wat voor verlangens enzovoort?
Hoezeer ben ik zelf zo’n vlinder?

Levend wezen. Jazeker
Moest ik bloemen kopen vol nectar?
dat ik haar een lot gunde
dat haar niet beschoren was
en dan ook nog heel alleen

Direct doden is ook zowat
want zo levend
zozeer als mijzelf
hoe verschillend ook

En zozeer als ik dan leef
leeft ze dan toch vast anders
heel anders
en ik hoopte maar
dat de vrieskou buiten
(al was en is het uit de wind)
een zachte dood zou brengen

Of toch een wonder?
Zojuist nog leek ze haar vleugels
– ff checke –
een slag te bewegen
maar het kon ook een windvlaag zijn
{misschien heeft ze wel antivries?]

Voorbijgaande aard

Nog steeds ligt hier wat sneeuw
onderbroken door plukken land en gras
en de vele gestrooide straten en trottoirs
– maar mijn voetstappen kraken nog her en der
als ik op weg ga –
bij uitzondering
vergeleken bij het hoge noorden
en het allerdiepste zuiden aan de pool daar
en op die ene plek mag ik
de gele bloemetjes zien van winterakonieten
zo uit de wind
die nog waait uit het oosten.