Heilbot

Al ben je niet voor één gat te vangen
als je er dan geen heil in ziet
geen been ook, noch brood
in ziet en geen gat ook
dan vang je bot
dat zwaar als een steen op de maag ligt.

De wereld in een notedop [Van alle markten thuis]

En, wat mag het zijn?
Deze keer wat appels en peren?
Of toch maar druiven?
Het is het seizoen wel niet
maar we hebben de beste bewaard
voor ’t laatst
Gisteren nog kwam er een mevrouw
speciaal voor, helemaal uit
Noordwolde
– en dat met al die omleidingen,
kan je nagaan –
Ja de appels zijn wel klein dit jaar
Het klimaat hè, het klimaat
Oh, is de kleine mee vandaag?
Ja, vrede zou wel een mooi goed zijn.

Waar genomen [sentiment]

Bloemen, zelfs een vleug
van bloesem. En het gekwinkeleer
van diverse soorten
vogels
en de wind langs mijn gezicht
opvallende bloempjes ontsproten
aan de stam van een boom gewoon
langs de kant van de straat
vrijwillig lopen tegen de zon in
– zonder hoofddeksel of zonnebril –
een schaterlach in het voorbijgaan
een vrachtwagen die me voorrang geeft
een glas wijn
een open einde.

Onmacht is een gedeeld goed

Nog eentje dan? Nog een woord?
Iets van zin? Betekenis?
Of toch maar nóg een hapje van de mousse?
Of liever een hand, een arm
om je schouders?

Woorden bij de vleet
juist als er geen woorden zijn
die recht doen
Soms zijn die woorden niet meer
dan een vorm van zwijgen
van ons mensen
die nu eenmaal hoofden hebben en tongen.

Ongegrond

En dan val je
na het eten
of met bord op schoot
en na thuiskomst even op internet
Dan val je
in het nieuws
Dan val je

En dat is dan niets nog
met hoe diep en zwaar zij vallen
in oorlog
waar vaste grond
onder hun voeten weg is.

Kruistocht

In het bos van de sprookjes
kan het ook spoken
naast al ’t liefelijke leven
van dag in dag uit

Op kousenvoeten betreed ik het mos
langs de beek en waar de stenen
liggen in een hart, en myriaden
herinneringen opgewekt zingen
desgevraagd, verstil ik in een oogwenk

Nergens was ik eerder thuis

O madelief, jij weet te bloeien
in weerwil van de koude
weet je je te onttrekken aan de grond
O madelief, aan wie, wanneer
geef ik een krans.

Laagland

Ons landje, neder landje
is best wel wat
als je kijkt naar geld en kennis
het valt in het niet
als je in ogenschouw neemt
hoe groot de oceanen zijn
dan leven die nederlanders eigenlijk
ook wel weer aan de rand van een vulkaan.

Ongekunsteld leven

Kinderen weten nog niet van de toekomst
Wie van de toekomst
– de eventuele –
geen weet heeft
is – onschuldig – als een kind
Ook wie ouder is
heeft vaak geen benul
al verkeert men in het besef van wel.

 
 
 

Weet ik veel [jeuk]

Ik krab me op mijn hoofd
En dat terwijl ik weet
dat a) dat begrip “ik” ook maar
een begrip is dat het gemak dient
dat b) ik uit cellen besta, uit atomen en zo meer
zoveel meer dat er eigenlijk niets van overblijft
tot in de eeuwigheid en amen
[ook ‘niets’ en ‘alles’ vooronderstellen al een wereld
van dingen, terwijl er – nou ja – niets is
of toch alles
Ach, weet ik ook veel. ]
 
Los daarvan allemaal
kun je liefhebben, haten
boos zijn, onzeker
vertwijfeld, verlangen
naar bijvoorbeeld vertrouwen
steeds maar vragen om bevestiging
van zelfvertrouwen tot overschatting
En, oh, angst, laten we de angst niet vergeten
de aanjager van alle leven
en soms ook in de brouwerij.