Lichtjes bewogen

Ontelbaar, oneindig flonkerden speldepuntjes
in het licht van de voorlamp van mijn fiets
mij tegemoet in de schemering
boven het lichte sneeuwdek op de weg
op de terugweg; iets
om mee naar huis te nemen
al was ik daarbuiten al even thuis
in warme kleren gestoken
nauwelijks onder nul en een wind
die geen naam mocht hebben
Laat mij maar ademen op m’n gemak.

Verpozing

Strakjes ben ik er
niet meer, evenmin als jij, evenmin
als wie dan ook, wat dan ook

en in de tussentijd
ben ik maar beter
– de wereld daargelaten
en al dies meer zij

Is het net in pak
is het in rok, een jurk met armen
bloot en huppelend over ’s heren wegen
of bedachtzaam op je gemak

laten we elkaar
in de ogen blijven kijken
warmte voelen, warmte geven
bij leven.

Zover gekomen

Ergens toch
moet ’t wel eindeloos zijn
op dat kruispunt van ruimte en tijd
waar geen van beide er meer toe doen

Ergens toch
moet ik me wel kunnen verliezen
– bij leven; laat dat een punt zijn –
in een moment
misschien wel ook in jouw ogen

Mocht ik hoge ogen gooien:
lachte het geluk me wel toe
al begon het met een vingertip.

Ogenblik

Je danst op een koord
Ik hier, jij daar
en wie al niet zo op dat web

Soms val je
en met wat geluk weet je je
weer voor even zeker op een andere draad
Een andere keer weer kun je
opzij, naar boven. Dat hangt er maar vanaf

Je danst op een koord
en dan ontmoet je elkaar
en is de vraag:
wat doe je dan zo tegendraads?

Passé

Wat wil ik
anders dan op een terras
– in bijpassend weer –
dan met jou te verpozen
het glas te heffen
en eten wat ons mond begeert

Je zult er wel niet zijn
of misschien ben ik er zelf niet
terwijl het terras zich vult
met alle anderen buiten ons.

Lot

Mochten we elkaar maar verstaan
al is ’t maar met een vingertop
dan zouden we kunnen bedenken
hoe ’t één voortloeit uit ’t ander
en voor ’t zelfde geld
was jij dan die ander

al is dat in werkelijkheid onmogelijk
godsonmogelijk, gegeven hoe die
nu eenmaal is. Prijs je dan maar gelukkig
nu je eenmaal hier ter wereld bent gekomen.

Overmacht

Bij deze wil ik nog wat
bijvoorbeeld zeggen
Bijvoorbeeld dat ’t nog niet voorbij is
je leven en bij gebrek aan absolute zin
dat je zelf altijd nog een punt kan maken
wat niemand tenslotte kan duiden
in een wereld die klein is
en te wensen over laat.

Gegrond

De tijd schrijdt niet, noch schreit
Niet als wij lachen
Niet als we tranen plengen
Ongrijpbaar van nu naar dan
Hier en nu is altoos wat ons is gegeven
Laat ons dan maar
Laat ons dan maar elkaar
ontmoeten, verstaan en zien
Laat ons dan maar
elkaar vinden in een lach of traan
voordat de wereld verhardt
verzeild raakt in een afgrond.

Toekomst

Laten er nog mensen zijn
nog mensen over zijn
die viool spelen, of piano of gitaar
die nog schilderingen maken
die nog toneel spelen
Laten er nog zijn
die kunnen zingen uit volle borst

als de mens de wereld de das om heeft gedaan.