Droomwandeling

Ogenschijnlijk, onwaarschijnlijk
droog ligt het land
aan mijn voortschrijdende voeten
houd ik mijn tranen binnen
en mijn adem in
hartklop voor hartklop
Zand en steen vergezellen me op
weg naar een volgende oase
waar ik voor even mijn dorst mag
lessen voordat ik het groen weer achter
laat en ik weet wel, te laat
dat dit het land is van mijn dromen
gewrocht van eigen vlees en bloed
en hersenspinsel, getekend zicht. Wellicht
ga ik beter blind en op de tast
dat ik dan een hand kan geven
en mijn hart
dat ik jullie stemmen hoor
misschien zelfs van jouw mond proef
waar het gras dan altijd groen is.

Onderweg

Nee, niet daaronder, begraven onder
asfalt of beton, of onder klinkers van de straat
En als ik omzie, dan keer ik niet weerom
al sta ik stil terwijl ik voortga
of ga ik voort terwijl ik stil sta
– de tijd mag het weten

De horizon lonkt niet
De grond lijkt nog vast onder mijn voeten
In de ochtend mag ik vogels horen
’s avonds zwaluwen zien scheren boven het watervlak
Door mijn verrekijker zie ik alleen maar zwart
het zwart van de doppen voor het glas

Ik haal die er niet af
tracht mijn ogen maar uit te kijken
als ik niet slaapwandel
en het leven droom.

Dubbeldebubbel

Kom dichtbij
Of nee, toch maar liever niet
Kom, laten we een terrasje pakken
Of nee, toch maar liever
waar rust is
elkaar ontmoeten
en dan ook maar meteen
met huid en haar elkaar
nog net niet
opvreten
dat het een lieve lust is
Of nee, toch maar liever niet.

Nou moe

Als het steeds maar alleen
volhouden is, of dat nu is
aan de oppervlakte, of dat dat
de bodem is waarin dat wortelt
wat vrucht draagt
– als het al tot bloei komt –

als het idee is dat het allemaal
wel goed komt
in ieder geval
bij het slotakkoord

als de bodem niet gevoed wordt
licht, water, warmte in het niet
vallen bij opgezette stekels
bij een huid van leer
als het hart van hout versteent

da’s nait te best .

#pizzaenwijn #morgenweereendag #overdrijvenisookeenkunst

Handkus

Als de rivier dan droog valt
kan ik dan wel oversteken
naar de overkant? Of rest
dan alleen een vlakte
en was dat leven altijd al een brug te ver?

Zonder glas zie ik zo scherp niet
Wazig zou ik voortgaan
Wellicht is dat wat mij past

Net genoeg heb ik wel weet
van wat ons beweegt
– zo verwant ben ik wel aan jou –
net genoeg om teveel te zijn
en maar te blijven schipperen
aan de oever en de kust.

Zonnige dag

Oh, een dwarrelend blaadje in de wind
Of, of is het toch een vlinder?
Ja, het is een vlinder; prachtig
Toch zijn die vlinder en ik gelijk
dwarrelende blaadjes in de wind

al dwarrelen we niet gelijk
en vlinder ik toch heel anders
met mijn eigenste hoofd
op mijn eigen benen
min of meer.

Langs de rand

Een cliché is het, zo’n voetstap op het strand
aan de vloedlijn, of meerdere
van volwassen grootte en ernaast
van die kleintjes van een kind
als ik erachteraan loop
voor de vloed
op enig moment
in mijn leven
verstild op kleine voet.

De vuurtoren werpt zijn licht
over mij heen en over alles wat zoal
verder nog is te vinden, uiteenlopend
van scheermessen, blaaswier tot een sandaal
van kwallen, een ton, touw, tot een geraamte
waar ik langzaamaan een voorbeeld neem
aan de dribbelende vogels met niets anders
dan leven tot de laatste slag.

Foto Job Antoine

Aanmodderen

Had ik maar een arm
om mij heen
die niet van mijzelf was
en wist ik mij maar geborgen
Had ik maar een arm
voor jou ook
Hadden we hart voor elkaar

Allicht schiet je dan tekort
zegt het hoofd
en maakt zijn eigen woorden waar.

…….

Dag

In gezelschap
sinds een maand of wat onder
handbereik, een hele wereld
aan smaak; jij bent er niet
noch jij, noch wie ooit mijn
aandacht had, mijn hart

Voor nu hef ik dan het glas
al ga ik vanavond weg
ook van mijzelf, juist
van mijzelf, al komt
daarmee de wereld alleen
binnensijpelen
en iedereen daarbij
om op te lossen bij het aan-
breken van weer een dag.

In zo’n bui

Heerlijk fijn veilig
onder mijn eigen paraplu
Er was eens een bui, in de tijd
dat ik nog onder die van mam
op straat de poppetjes zag op-
springen en dansen, zo
uitbundig al was hun alleen
– maar met met zovelen, met
onnoemelijk zovelen tegelijk –
een leven beschoren, een fractie
van een seconde, zo kort
zo, een leven later
leef ik alweer op nu
onder mijn eigen paraplu.