Je kwam aan
en we dronken een koffie
dicht bij het hoofdstation
Je moest verder
en buiten ons mocht niemand weten
van ons twee en hoeveel
hart we deelden
Daar bleef het bij
Alweer een gepasseerd station.
Je kwam aan
en we dronken een koffie
dicht bij het hoofdstation
Je moest verder
en buiten ons mocht niemand weten
van ons twee en hoeveel
hart we deelden
Daar bleef het bij
Alweer een gepasseerd station.
En toen was je er
uit het niets
en opeens wist ik met lijf en al
hoe het was samen te zijn
en alles te vergeten
al was het voor een moment of wat
Dat was toen
en al ben ik dan onderhand van nadien
mijn hart staat
min of meer open
en mocht je voorbij komen
wie weet
wil ik je wel proeven
wie weet
mag ik ons wel.
Mijn knie – de linker –
heeft er niet echt zin meer in
beweegt het liefste in één vlak
zeker niet zijwaarts
En op mijn lichaam tekenen
zich allengs meer vlekken
af in mijn huid tegenwoordig
Haren vielen al uit
boven op mijn kop
en blijven maar groeien elders
en grijzen in de loop van de jaren
Mijn gebit blijft langzaamaan ook
in gebreke en laat mij kiezen
tussen doorbijten
of een tandartsrekening
die ik gelukkig kan verteren
Met mijn lust kom ik nog wel klaar
Mijn verlangen en de rest
vertrouw ik toe aan spreekwoordelijk papier
Gewend onderhand aan mijzelf
en het ongemak alhier
Misschien, misshien
kan ik het glas heffen
op een moment samen
voor mijn einde der tijden
tot dan blijf ik maar de wereld groeten.
Het blad viel, een vlinder
voor even in mijn ogen
en even verder raakt mijn blik
de late bloem en vliegt de vlinder op
voor de kou aan
in het al langere zonlicht
van allengs kortere duur
en ik heb geen idee meer:
ben ik nu een vlinder of een blad?
Misschien, als ik jou kus
maakt het allemaal niet uit.
Had ik maar een roos
Was ik maar een roos
Zo’n witte of van ’t warmste rood
En kwam jij dan langs
Gaf ik mij aan jou
Waar het niet gaan kan

Tuurlijk ben ik niet de enige
die ’s nachts alleen ligt
– bij lange na niet –
die zelden zo huid op huid
contact maakt, weet te raken
– buiten woorden om –
en zich er van alles bij kan voorstellen
al is dat overdreven
en schiet dat tekort tegelijk
– bij ervaring van wat momenten –
al is het natuurlijk
een kwestie van opeenvolging
van momenten van zus naar zo
en dergelijke. Een afslag
of wat gemist? Dat is de vraag.
Kom je? Kom je aan-
zitten bij het vuur
bij de korf, of de haard
en naast mijn hart
De vonken vliegen namelijk
– nog net niet in je haar –
als we kijken naar elkaar
en de warmte van ons beiden
in geest en in gebaar
voorbij gaat aan verleiden
lucht geeft
als het ware.
Het ene moment zus
het andere zo
Zo geef je elkaar een kus
en dan is het van ho
Want al rijmt het op het eerste gezicht
nakend draait het soms om als de weerlicht.
Een teug
een slok of wat
of een kus
enzovoort
die je naar adem doen happen
even je gewild weten
en veilig als nooit
even los gezongen van de tijd
en buitensporig lief en leed gedeeld
geboren te worden in elkaars armen
punt
Vooral wil ik dan met jou
een dans dansen
die boekdelen spreekt
tot onze harten, ons hart
– als we dan toch samen smelten
al is het, al is het juist niet van moeten –
Misschien dat je ergens daar bent op aard
die mijn idee van jou dan raakt
of onverwacht en ongedacht
me beroert, ontroert
en van m’n sokken blaast
Je bent er vast wel
– en wellicht, allicht niet als enige –
maar mijn hart klopt vast, gestaag
in het zicht van de doodlopende weg
wil ik nog wel een afslag nemen
de afslag, ongewis
vraag ik me af.