Van lichaam en hart

En toen was je er
uit het niets
en opeens wist ik met lijf en al
hoe het was samen te zijn
en alles te vergeten
al was het voor een moment of wat

Dat was toen
en al ben ik dan onderhand van nadien
mijn hart staat
min of meer open
en mocht je voorbij komen
wie weet
wil ik je wel proeven
wie weet
mag ik ons wel.

Ave verum

Mijn knie – de linker –
heeft er niet echt zin meer in
beweegt het liefste in één vlak
zeker niet zijwaarts

En op mijn lichaam tekenen
zich allengs meer vlekken
af in mijn huid tegenwoordig

Haren vielen al uit
boven op mijn kop
en blijven maar groeien elders
en grijzen in de loop van de jaren

Mijn gebit blijft langzaamaan ook
in gebreke en laat mij kiezen
tussen doorbijten
of een tandartsrekening
die ik gelukkig kan verteren

Met mijn lust kom ik nog wel klaar
Mijn verlangen en de rest
vertrouw ik toe aan spreekwoordelijk papier

Gewend onderhand aan mijzelf
en het ongemak alhier

Misschien, misshien
kan ik het glas heffen
op een moment samen
voor mijn einde der tijden

tot dan blijf ik maar de wereld groeten.

Dat seizoen

Het blad viel, een vlinder
voor even in mijn ogen
en even verder raakt mijn blik
de late bloem en vliegt de vlinder op
voor de kou aan
in het al langere zonlicht
van allengs kortere duur
en ik heb geen idee meer:
ben ik nu een vlinder of een blad?

Misschien, als ik jou kus
maakt het allemaal niet uit.

Randfiguur

Tuurlijk ben ik niet de enige
die ’s nachts alleen ligt
– bij lange na niet –
die zelden zo huid op huid
contact maakt, weet te raken
– buiten woorden om –
en zich er van alles bij kan voorstellen
al is dat overdreven
en schiet dat tekort tegelijk
– bij ervaring van wat momenten –
al is het natuurlijk
een kwestie van opeenvolging
van momenten van zus naar zo
en dergelijke. Een afslag
of wat gemist? Dat is de vraag.

Oogopslag

Kom je? Kom je aan-
zitten bij het vuur
bij de korf, of de haard
en naast mijn hart

De vonken vliegen namelijk
– nog net niet in je haar –
als we kijken naar elkaar
en de warmte van ons beiden
in geest en in gebaar
voorbij gaat aan verleiden
lucht geeft
als het ware.

Ziezo

Het ene moment zus
het andere zo
Zo geef je elkaar een kus
en dan is het van ho

Want al rijmt het op het eerste gezicht
nakend draait het soms om als de weerlicht.

Ha, oogwenk

Een teug
een slok of wat
of een kus
enzovoort
die je naar adem doen happen

even je gewild weten
en veilig als nooit
even los gezongen van de tijd
en buitensporig lief en leed gedeeld
geboren te worden in elkaars armen
punt

Afzien

Vooral wil ik dan met jou
een dans dansen
die boekdelen spreekt
tot onze harten, ons hart
– als we dan toch samen smelten
al is het, al is het juist niet van moeten –

Misschien dat je ergens daar bent op aard
die mijn idee van jou dan raakt
of onverwacht en ongedacht
me beroert, ontroert
en van m’n sokken blaast

Je bent er vast wel
– en wellicht, allicht niet als enige –
maar mijn hart klopt vast, gestaag
in het zicht van de doodlopende weg

wil ik nog wel een afslag nemen
de afslag, ongewis
vraag ik me af.

Straks wordt het weer zomer

In een oogwenk voorbij
In een oogwenk waar van alles
kan gebeuren, maar niks terug
gedraaid. Niks en ledig als alleen
al een laken teveel is. In de hitte

een oogopslag, een blik een aanzet
om alles te vergeten, alles
vergeefs is, te geef is
in parelend zweten
volledig begrip
in een oogopslag
in een woord
in handgebaar
en meer

Straks wordt het weer zomer

– als ook dan er gewassen zal moeten worden
strijk en zet.