Klokslag

Een paar jaar, meer of minder
is wat iedereen rest
vanaf dat ‘ie is geboren

Edoch
ben je eenmaal daar, waar
de jaren tellen, dat wil zeggen
dat je opmerkt dat deze en gene
die je vertrouwd zijn, het loodje leggen
dan is het eens te meer tijd

– vul maar in –

niet alleen wat de klok slaat
niet met grote woorden, abstract
het leven te omarmen
maar liever toch, nog
wat naast
wat schoon is
en welgedaan

“Tom Poes! Verzin een list !”

We mogen de wijzers
weer een uur verzetten
– de wijsheid laat zich raden –
Intussen trekt de tijd zelf
zich er niks van aan
en blijven de tijden van weleer
een rol spelen zoals nimmer
– het heden viert hoogtij
en blaast hoog als nooit tevoren
van de toren –
en klopt de toekomst des te meer
aan de deur en wordt de drempel
maar steeds hoger voor dat gat
waarvoor steeds minder zijn te vangen.

Ontstoken

Nog een paar stappen
Dacht ik het niet?
Niet toen ik wel droomde
maar zelfs ’t alfabet mij vreemd was
toen woorden en zinnen
nog niet aan de orde waren
Niet toen de tijd me niet daagde

Later pas
En toen maakte ik het me maar makkelijk
door die oneinidigheid van het nakende einde
maar te plaatsen in bijvoorbeeld
het licht van de zon
en dat al het mijne wel in een oogwenk
geschiedt vergeleken met de tijd
verstreken sinds het verscheiden
van de laatste Australopithecus

Een paar stappen meer
maakt aldus ook niets uit
zolang er wat aan is.

 

Austrolopithecus africanus ‘Mrs Ples’ – https://nl.wikipedia.org/wiki/Australopithecus 

 

Kon minder

Dat plantje bloeit toch mooi maar
zelfs al kan ie niet anders
al is het nog zo kortstondig
en die bij is er maar blij mee
– en welke andere bestuiver ook
al is ‘blij’ wellicht teveel gezegd –
maar ik blijf maar zitten met de vraag:
wie was er nou eerder,
de bloem of de bij?
Of hoe kwam dat zo allemaal
tot de wasdom die we nu kennen?

Ik houd het maar op:
geef leven de tijd en het komt er wel van.

Verzuchting

Op de bodem
van het leeg gedronken glas
ligt mijn geest
zo niet mijn ziel
bevrijd van banden van alledag
om uit te vliegen
al is het maar in woorden
op het spreekwoordelijk’ papier

Mega is het allemaal niet
Erboven hangt de vraag
Wanneer is degeen die je ziet
meer zichzelf? Met een stuk in de kraag
of als dat alledaags’ gewoontedier?

Ach, was ik maar ongebroken
uit één stuk

dan wist ik het allicht
nog steeds niet allemaal
maar klopte mijn hart
met vereende kracht

Echt (?) Waar (?)

Je loopt altijd al
over zogenaamde vaste grond
die je zelf schept
geboetseerd uit stof en ideeën
gekregen, mee gekregen of zelf
bedacht tot luchtfietserij aan toe
waar niets is
anders dan houvast
het liefste niet alleen en wel gedragen

in vrije val altoos
val je nooit te pletter

[Ook een spiegelbeeld is echt
al is het niet het beeld zelf ]

Open einde
zogezegd

In de stroom

Het was niet lang geleden
en nog steeds niet
dat ik ter wereld kwam

Onder de douche klok ik de tijd
aan de hand van een zandloper
– die houdt bij vijf minuten op –
al houd ik me er niet altijd
even stipt aan

Mijn tijd loopt in een oogwenk
zeker naarmate de tientallen jaren
om van eeuwen niet te spreken
zich onvermurwbaar ontvouwen.

Helaas

Haat slaat, slaat
dood, alles dood
wat er ook maar
aan leven is, wat
de ander ook
maar aan leven deelt
aan beslommeringen van dag tot dag
aan kleine bekommeringen
aan gevoelen en gedachten
aan behoeften
bezijden de waarheid en de leugen
de wereld, een wereld.

Zichtzag

Op een voetstuk
waar ik niet op ben gezet
waar ik loop op plat getreden paden
kijk ik het nog maar ’s aan
en zie ik in het verschiet
niet veel anders
dan de grote dooddoener
de gelijkmaker
van ook dit niemandalletje
waar het genoegen
geheel mijnerzijds is.