De straten zinderen
Begeef me in het gewoel
Zie ik menig blote voet.
De straten zinderen
Begeef me in het gewoel
Zie ik menig blote voet.
Voor mij is het met dit schrijven al te laat
Ik brak mij zojuist het hoofd
over de vraag waar vrijetijdsbesteding over gaat
voor wie van werkdruk is beroofd
Hier en nu is het wel beter toeven
maar zinvol, dat is nog de vraag
waar we zeggen antwoord op te behoeven
ik echter de zinloosheid graag verdraag
Geen idee waar het om draait
Ook al blijven open deuren waar
Waar geoogst wordt, daar werd gezaaid
Zo komen we nu samen bijna klaar
Het gras voor de voeten weggemaaid
Een stukje vrijetijdsbesteding weer voor elkaar.
Slaat er een slag naar:
God heeft het aardig voor elkaar
Schiep van alles en nog wat
en liet de rest verzuren in ’t vat.
Ondertussen wordt Hij aanbeden bij de vleet
getuigt elke gelovige van Zijn oppermacht
maar wie daar al te zeer om lacht
de gelovige zet ’t ‘m graag betaald in leed.
Het hemd was nader dan de rok
en het nieuws kroop steeds dichter op de huid
daarom klonk het weeklagen ook steeds luid
als er zich elders een ramp voltrok
Waren er medelanders bij betrokken
dan wist het de nationale ziel te schokken.
De klok, die slaat te elfder ure
de plank volledig mis
Maar als ik me niet vergis
legt de tijd ons in de lure’
Heg noch steg weet ik te vinden
in dat gedoe dat leven heet
voordat je ’t weet al bij de meet
passé zijn al die ons beminden
Klokte er al heel wat achterover
maakte mij het tegendeel van een soldaat
schoot dikwijls vol, zag soms een glimp van tover.
Doe een gek af als alleen een gek
en je vergist je
ook al schoot ie met willekeur
als een gek
Het was nog niet lang geleden
toen hij nog zo af en toe dan toch
enigszins normaal door ’t leven ging.
Geen zin die tegemoetkomt aan de doden en gewonden.
In het licht van deze morgen
trek ik mijn stoute schoenen aan
zet ik mij over mijn zwaartekracht heen
en volg de aanwijzing van de windvaan
Met de nodige lichtheid van tred
verwijder ik mij van mijn standplaats
en elk donker dat vraagt belet
ik een glimlach terugkaats
Over verharde en onverharde wegen
en over ongebaande paden vervolg ik mijn weg
Om geluk zit ik nimmer meer verlegen
ik de grenzen van mij zelf verleg.
Mijn kaak is hard
en je vuist ook
en dat knalt goed
en doet mij zeer
Had ik maar een kunstgebit
of was ik maar een Barbajoppie.
Ik bodem
glas
regenboog
eg waar me lief
aaahhh
Ik zag de zwaluwen nog niet
Wie zegt dat ik er nog ben in de morgen
Wanneer ooit die zomer aanbreekt
zonder mededogen, zonder zorgen
Of dat ik wel, maar zij hier niet meer zijn
Ongemerkt is het leven dan verbleekt
In welke grijsheid dan geborgen?
Ik zie de zwaluwen nog immer niet.