Troost

Soms zie je dan zoiets
moois, een palet
van kleuren, geuren, zinne-
strelingen, dat het niet valt
te bevatten voor je enkele hart

Soms laat het dan zich niet bevatten
en reik je, kan je niet anders
dan reiken
al is het met een woord
al is het met gebaar
al is het lijf aan lijf en geur

(soms ook zie je ook zoiets
kwaads, de keerzijde
dat je dan niet anders kan
dan verdrinken
alleen of in ekaar)

Zeer

Hoe kan het
dat een papa met een SS-pet op
in het leven staat
en naar het leven staat
al wie niet zijn pet draagt?

Angst toont zich in banieren
marcheert door de straten
laat zich versterken
door megafoons en media
blind geworden voor eigen pijn
blind geworden voor de ander
op voetstukken gehesen, gezeteld
nietsontziend voor wie niet in gelijk ontzag
zich schaart.

Hoe kan het
dat een vader, moeder, kind
dat een mens
de ondergang vindt
als ware het het leven niet waard?

Verschil maken

Zovelen zijn rotzakken, zovelen juist niet.
Zovelen weten het zeker van een ander
zien zichzelf niet in de verfoeide mens
al is iedereen nog zo gelijk,
ook nog eens gelijkwaardig
bij de kleine wezenlijke verschillen

Alleen goedpraten, vergeven
altijd en maar alles en iedereen
raakt ook weer kant noch wal
Het blijft schipperen met ons mensen
met de genoegdoening en de hoop
dat men leert hoe vreedzaam voort te gaan
en menselijk te blijven, menselijk
zoals je zou willen dat menselijk zou zijn.

Binnenkomertje

Nu we al samen binnen
de kou van buiten buitensloten
en elkaar helemaal bloot
in de ogen keken
de tijd met onze heupen
een eind weg stootten
is het niet te laat
voor het zaad
om met het zout
van de vrucht van de verkering
nogmaals een weg te vinden
met de mond, met de tong
die van geen ophouden weet.

Pas

De wereld is te groot, te klein
In ieder geval zie ik alleen
slechts glimpen van jou
waar ik maar ben
met mijn voeten hier
mijn handen daar
mijn gedachten reikend over de horizon
mijn hart de hele wereld verlangt
en er geen houden aan is
er geen houden van is
niet op maat gemaakt.

De groente

Ik drink en spui woorden bij de vleet
In het licht van de eeuwigheid
maakt het allemaal geen biet uit
maar misschien – ja toch, zeker –
ben jij toch meer dan een krop sla.

Onder de parasol (afkoelen)

De nacht maakt rechtsomkeert
als we elkaar treffen aan de bar
van onverdeeld genoegen
voorbij de maskers van alledag
een oogopslag, een hartklop dichtbij
de muziek en alles verdwenen
één sorbet voor ons beiden.

sorbet

Houvast langs de rand

Wie ben jij
die loopt langs de rand
van de afgrond waar ook ik
en waar ook wij
in de diepte zouden kunnen kijken

Ik lijk wel een beetje op je
als ik liever mijn ogen sluit
en liever naar houvast tast
liever mij verlustig
liever mij behaag, mij vastklamp
aan jou, jouw huid, jouw warmte
liever innig dan verloren.

 
 
 

Het bloed kruipt

Er was eens in de vroege ochtend
een moment dat ik werd geboren
waarna mijn navelstreng geknipt
werd en ik ademde voor het eerst
en ik nog naar leven hongerde
waar ik nu in tegenwoordigheid verkeer.