Wis en warempel

Daar, toen je je grote voortand brak
pal doormidden
die amper de plaats had ingenomen
van die andere uit je nog jongere jare
door een stap op een voetbal
en een vooroverklap

toen je stepte als een snelheidsduivel
op de brede stoep daar

toen je pijl en boog schoot, zo hoog
mogelijk en bogen brak bij de vleet
– in werkelijkheid misschien een stuk of twee –

toen je op school zat aan de overkant
toen je nog uit logeren ging
vooral bij opa en oma in dezelfde stad
een andere wereld tegelijk

Daar was je in Amsterdam
voordat je weg was.

[foto: Zeelandstraat, Buitenveldert, Amsterdam. “mijn portiek van eertijds” ]

Gassiebah

Kijk, nou heb ik niet al te beste ogen
– min zeven, min acht, daaromtrent –
en douchen doe ik zonder bril op
– lenzen, daar doe ik al tijden niet meer aan –
en deze Job heeft niet veel haren op z’n kop
maar nu de laatste weken af en toe een vliegje
– op zich een schattig en teer beestje –
opvloog en ging zitten op muur of douchegordijn
keek ik toch maar ’s nader naar het putje
door mijn brilleglazen. Terecht, zo bleek.

[ de trigger, waarschijnlijk de wc-motmug:
[ https://www.naturalis.nl/…/wc-motmug-is-verkozen-tot… ]

Randfiguur

Tuurlijk ben ik niet de enige
die ’s nachts alleen ligt
– bij lange na niet –
die zelden zo huid op huid
contact maakt, weet te raken
– buiten woorden om –
en zich er van alles bij kan voorstellen
al is dat overdreven
en schiet dat tekort tegelijk
– bij ervaring van wat momenten –
al is het natuurlijk
een kwestie van opeenvolging
van momenten van zus naar zo
en dergelijke. Een afslag
of wat gemist? Dat is de vraag.

Sprekend

Je beweegt je door het leven
door het leven bewogen
en alleen in woorden
– daargelaten een enkel gebaar
en met je ouders vluchtige omhelzingen
zolang als het nog mag duren –
raak je je naasten
raken je naasten je
schiet je bij ontstentenis vaker vol

Ach jongen
je bent een jaar of drie, veertien
en onderhand al heel lang ook wel
van den ouden van dagen

Soms ben je zus
Soms ben je zo
Het hangt er maar vanaf, vanaf
de tijd en het moment

Ik weet niet beter.

Tot slot

Geef me nog een woord, een
ademtocht. En nog één, en nog
één en een paar jaar. Zoveel nog
dat ik nog even kan doen alsof
het einde nog ver weg is

En onderhuids stroomt
het bloed rood
van leven, van liefde, teken
van gevaar, als het vrijuit
gaat. Een stoplicht, een hart
met een pijl erdoor laat
de wereld stil staan
voor je het weet.

Alsnog

Was ik maar
een rups, dan kon ik
een vlinder worden

De rups daarentegen
heeft daarvan geen flauw benul

en eet maar dat het een lieve
lust is en als het tegenzit
wordt ie nog gegeten ook

en dient zo alsnog
laagbijdegronds het leven.

Vermocht

Die klote wereld ook
heeft zoveel moois
En vast aan alle schoonheid
kleeft de keerzijde

Een pas de deux op het grensvlak
dat is de kunst
zo spreekt de mond
tegen de ogen en de oren
links, rechts gaan de lede-
maten en de tastzin
voeden dat ene hart
van kamer tot kamer
op de adem, in en uit

vermag ik voort te gaan
en verder
tot het verscheiden, weg
van alle grenzen, vlakken

om niet teveel bij stil te staan
om me niet voorbij te lopen
eer ik een schim ben van mijzelf.

Het schip ingaan

Zoveel stemmen, zoveel gezichten
en als je nabij bent
is het net zo goed te dichtbij
en scheppen woord en gebaar
zo’n groot misbaar
dat de afstand tot elkaar
hemeltergend wijds zich uitstrekt
als ware de mens per se gevaar.

Vrije wil op verkiezingsdag

Mijn ogen dwalen
of kijken ze waar ik wil?
Naar links, naar rechts
naar het gras tussen de tegels
een kat die me in de gaten houdt

Weet ik veel waar ik naar kijk?
Maar goed dat ik niet hoef
na te denken en niet stil
te staan bij elke beweging
die ik maak
En of ik die maak?

Oogopslag

Kom je? Kom je aan-
zitten bij het vuur
bij de korf, of de haard
en naast mijn hart

De vonken vliegen namelijk
– nog net niet in je haar –
als we kijken naar elkaar
en de warmte van ons beiden
in geest en in gebaar
voorbij gaat aan verleiden
lucht geeft
als het ware.