Als ik nu eens mijn wereld
klein maak, zo klein
dat ik verhoudingsgewijs
weer groot ben, zo groot
dat ik ‘r aankan
zolang ik niet vol geraakt
word en met stappen
nog vooruit kan
met een beetje wind
schipperend met volwassenheid.
Als ik nu eens mijn wereld
klein maak, zo klein
dat ik verhoudingsgewijs
weer groot ben, zo groot
dat ik ‘r aankan
zolang ik niet vol geraakt
word en met stappen
nog vooruit kan
met een beetje wind
schipperend met volwassenheid.