
Foto's en andere waar
Je bent er niet meer
al een hele tijd niet meer
niet meer hier en daar
niet meer nu en dan
In gedachten ga ik nog met je
naar het geldboompje in de bank
naar de vijver om te vissen
naar het Amsterdamse Bos naar de eekhoorn
– die snoepte van je chocola-
naar de busreis door de stad
naar domino en sjoelen met damstenen over en weer
naar het vuurwerk in de avond – nacht? –
naar de slagerij langs de gracht
– al was dat ook wel met oma –
naar het Rijks(museum) en Artis (de dierentuin)
naar en in het Grote Bed in de ochtend
met het kleine Blaupunkt radiootje bij ons
Heel de wereld was klein, groots
Aan jouw hand
durfde ik verder, hield ik stand.
Waar men zoal troost in vindt: in het feit dat ieder mens uniek is én in het feit dat iedereen juist heel veel deelt, dat wil zeggen, in bijna alles ook weer juist hetzelfde is en dat alle verschillen juist niet zo belangwekkend zijn. Zelfs een heel identieke eeneiïge tweeling is niet uniek – anders waren het geen twee…. En zelfs het meest unieke individu lijkt toch wel heel veel, zowel gewoon biologisch etc als psychisch op mensapen, en zelfs op welk ander organisme dan ook, als het gaat om bv. de essentiële eigenschap van leven om zich te willen voortplanten, zij het individueel, zij het als onderdeel van de eigen soort en in die zin bij te (willen) dragen aan de instanthouding van de soort.
We zijn allemaal gelijk. Iedereen is uniek. Toch wel grappig dat men in zo verschillende beweringen, zo op het oog tegenstrijdigheden, juist troost en betekenis vindt; terwijl allebei de beweringen in zekere zin (!) (dus niet in absolute zin) waar zijn. Maar de behoefte aan zekerheid kan moeilijk leven met nuance, met gradaties. Dit terwijl de werkelijkheid één en al gradatie is, zelfs welbeschouwd zonder grenzen is; ook al zijn onderscheidingen, zij het – per definitie – subjectief, maar net zo goed mogelijk en bestaanbaar; zoals een spiegelbeeld weliswaar niet het beeld zelf is, maar evenzeer werkelijk (een spiegelbeeld).
[ maar ik dwaal af, voor zover ik al niet dwaal. #goedenachtslaapwelgoedemorgen ]
Eerder vanavond even nog
naar buiten en het was zo zwoel
moest ik denken aan die ene ochtend
in een zomervakantie in noord Spanje
met een tussenstop in Madrid
toen ik in alle vroegte naar buiten
ging buiten het hotel om een taxi
Zo stil, zo warm nog
Een andere wereld, een andere tijd
met mij daarin.
Ja! Nee! Wellus! Nietus!
Het komt op me af
nieuws, meningen
beargumenteerd of niet
goed of slecht over wat
goed zou zijn of slecht
en achter elk woord gaat
belang schuil en geen idee
meer hoe het kaf van het koren
nog te scheiden, om nog maar ‘s
woorden te bezigen uit de goeie ouwe tijd
die denk ik ook nooit heeft bestaan:
vertrouwen kwam altijd al te voet
en ging te paard
alleen zijn er nu zoveel mensen meer
die ook nog ’s per persoon
tig keer zoveel woorden
de wereld inslingeren
nu de boekdrukkunst is uitgevonden
en nog zoveel meer
sinds de laatste ijstijd.
[ Schrale troost:
feiten trekken altijd aan het langste eind
al kan het heel lang duren
voordat de werkelijkheid zelf degenen logenstraft
die echt handelen in weerwil
Over water lopen
zoals gewoon over aarde
zonder enige verlichting
van bijvoorbeeld een luchtballon
of enig andere kunstgreep vandien
daar wens ik u veel succes mee ]
Het uitzicht ligt daar maar
Een beetje zus, een beetje zo
in de loop der seizoenen en
om van decaden, laat staan de tijd
niet te spreken; allicht
zoals het er nu naar uitziet
wordt waar ik mag wonen niet mooier
dan dit en met een beetje mazzel
– of een boel daarvan –
– zo schiet me door ’t hoofd nu –
zie ik dan dat
en als het meezit niet alleen
of dooft de wereld juist alleen voor mij.
Zoveel vragen die jij kunt stellen
Zoveel andere ook weer
door weer anderen
door deze en gene
En dan zal ik antwoord geven. Of niet
Of met humor, of slechte humor
Misschien wel absurdistisch ten top
en dat jij dan denkt
dat het wel overdenkenswaardig is
Maar ook zonder vraag
wil ik wel ’s wat zeggen
hetgeen nooit te bewijzen was
maar bij deze wel blijkt
Stilte spreekt dan weer meer
als het gepaard gaat
met oogopslag, ogenblikken
met een gebaar, een kort aanraken
met een contact waarbij de warmte
zich laat voelen
Je hoeft geen punt te zetten
Laat een open einde eindeloos zijn
misschien wel zonder weerga
en je mondt vanzelf wel uit
Het komt allemaal voorbij
Zoveel inspiratie en inademen
moet je toch, al zit er niks
anders op dan even goed
uit te ademen, bij leven
gaat het allemaal voorbij
of je nou verlamd bent of
volop in het leven staat, des-
noods rent en springt en danst
dat het een lieve lust is
al is dat allemaal geen gegeven.
Bij gebrek aan mij, aan ik
was is ik nooit in de gelegenheid
te kiezen
hier of daar, in deze of gene tijd
te worden geboren
Toeval is het ook weer niet
zo’n resultaat van een heel web
van gebeurtenissen indertijd, in de tijd
en zelfs zij, die samen kwamen
waardoor ik
ze konden niet bevroeden
wie of dat ik wel niet zou zijn.