Wie zegt dat?
Niet van steen
Herfst, achter in de middag
Geen Dik Trom
Geen vader die ’t bezigde
en geen moeder ook
dat “’t is een bijzonder kind, en dat is ie”
Niet dat ik ook maar bij Dik in de buurt kwam
qua kattekwaad, of in die van Pietje Bel
Een magere trom, en dat ben ik
(goed luisteren om te horen)
Zeelijn
Heel even
zonder nadenken
woorden komen
en gaan
wat ik wil zeggen
is dat de zee
aan de branding
altoos maar een lijn vormt
al is het vloeibaar
Lever
Wil je nog wat zeggen?
zeg je dan soms
tegen jezelf
Heb je nog wat
op je lever?
Klopt het nog wel zo’n beetje?
Je leven? Je hart?
Veel wol
Van ‘Veel geblaat, maar weinig wol’ naar tegenwoordig ‘Weinig wol, maar veel gesponnen’
De wereld aan mijn voeten
De wereld ligt aan mijn voeten,
maar ik lig op mijn beurt
aan de voet van de wereld
Atlas is er niets bij
of anders Sisyphus
Op mijn rug zie ik slechts de hemel
al wat in de hemel wordt weerspiegeld
Vooralsnog trekken de wolken voorbij.
Heiig
Nee, alleen bij hoge uitzondering
mag ik de heide en verder niet
het zandige landschap
wat alleen bij nadere bescchouwing
wat kleur heeft
wat in het hoogseizoen ervan
de grond drenkt in paarse saus
tenzij in avondlijk strijklicht van de zon
als zelfs het meest afzichtelijke gloeit
en mijn hart verwarmen mag.

