De sloten blijven het land doorsnijden
Je ziet ze zelden, zelden
anders dan vanzelfsprekend en om hun nut
tot ze een knik maken
tot ze met leven blijken gevuld
Soms valt mijn oog daarop en meer.
–

Foto's en andere waar
De sloten blijven het land doorsnijden
Je ziet ze zelden, zelden
anders dan vanzelfsprekend en om hun nut
tot ze een knik maken
tot ze met leven blijken gevuld
Soms valt mijn oog daarop en meer.
–
Welke woorden moest ik schrijven
bij die bloemen
Ik liet het afweten bij hun kleur, hun vorm
Mijn hart staat open
als het hunne voor de wind
voor het leven dat voorbij vliegt
om vrucht te dragen voor de winter komt.
–
Mijn plafondlamp spiegelt
in het glas van de balkondeur
lijkt wel volle maan
en ik doe maar net alsof
terwijl het werkelijk zo is.
–
Met mijn oma ging ik een ijsje halen
Opa – begreep ik later – deed een voorn
aan mijn haakje. Ik vond het
dat glibberige, spartelende, maar niets.
Van vissen is het nooit gekomen.
–
De zon kust, als de wind
waait over het watervlak
net zo goed en flonkert
het spiegelbeeld van hele wereld
vertekend voor mijn oog, zo
geruststellend.
–
Zo kreeg ik vandaag toch wat mee
van de wind en van de zon
met lange mouwen
zag ik weer voor het eerst de ijscoboer
in het plantsoen waar zij vertoefden
met blote armen en blote benen
begin mei, nog voor bevrijdingsdag aan.
–
Aan de oever van een vijver
in de halfschaduw onder het bladerdak
waar het zonlicht speelt, het maanlicht
haar voeten kust, zit ik
aan de overkant
Als het stil is vliegen onze woorden
over het watervlak. Soms zingen vogels
plonzen kikkers in het water, alert
op elke beweging.
–
Zonder handschoenen, zonder jas
zelfs met tegenwind op mijn dooie gemak
in zelf bedachte stilte door de stad
Ook zonder foto is het waar
(Maar wel met lange mouwen
en ook was het nog geen rokjesdag)
–
De vijver voor mijn deur
en zo nog wat van die plassen
Een kanaal nog in de loop van de dag
en een gracht
Maar rivieren en eb en vloed van zee
gaan aan mijn neus voorbij vandaag.
–