Stervensdruk

Stil in het donker buiten
door zwaailichten verlicht
Bewoners voor een flat
Een ambulance met open deuren
Een brancard

met iemand daarop ingepakt
klaar voor een reis, ik weet niet
wat voor een reis, ik zag het niet
in het voorbijgaan; politie
wuifde ons, het overige verkeer, door
Nog meer zwaailichten lichtten op
voordat ik de stilte uit reed.

 
 
 

Uitgestrekt

Het pad is nog wel begaanbaar
nadat het donker intreedt, nadat
ook de sneeuw het toedekt

Wel mooi, alleen
als de brandende sterren niet
schitteren, slechts punten ver weg
als iedereen zo ver weg
dat alles wel weg, dan vliegt
de andere kant van de stilte aan.

 
 
 

Bespiegeling

Vlak water zonder zon; kringen
laten de huizen golven, boten
liggen stil en deinen mee
rook stijgt op waar vuur brandt
tegen de waterkou en aan de kant
neem ik waar hoe leeg het is
hoe indringend. Even ben ik weg.

 
 
 

Nachtweg

Gehuld in het gewaad van vermoeidheid
likt de leegte aan de randen van mijn denken
Het vlees, het vet, de botten en zo meer
maken mij op het eerste gezicht
en daar zit ik mee, ga ik mee voort
Slaap trekt mij in vergetelheid.

 
 
 

Nacht

Ik sta voor niets. Misschien
blijft het licht wel aan
als ik mijn ogen dicht doe. Of
is het in enen donker. Dan
zijn mijn laatste en mijn eerste
ademtocht en hartklop toch
voor jou, met jou. De nacht
in en verlaten in de morgen.

 
 
 

En dan nog

De constellatie is zo momenteel
dat al het water omlaag stroomt
Dat is vertrouwenwekkend
en mag nog wel even zo blijven.
Ook appels vallen, voor zover
ze niet worden geplukt.

 
 
 

Kuren

Voor mijn voeten, tussen ons
strekt het water zich uit, zo diep
als hemeltergende bergpieken hoog
zover ik zie, maar zover zie ik niet
dat ik zie wat achter de horizon wacht

Voor mijn voeten speelt de zee
zonder ophouden in beweging
Stilstand hoogstens illusoir.

 
 
 

Bedtijd

Een Flipflop tutelde doorheen het gazel
volwelk bazelde hij per glijk
twikkel, dikkel, soterij

Nee, zoeterig van het pateel
voorginder; hij tondeerde
zij versind fluweelde paraat.

 
 
 

Verluchtigd

Boven in de boomtoppen kwam ik nog nooit
ook niet toen ik nog klom; slechts tot het buigen
van de takken waagde ik het. Mijn botten
zijn ook niet hol en vleugels heb ik
alleen in mijn dromen als ik uitkijk naar jou.