Van die stenen
in een beek, in de bergen
Voor je het weet
kukel je voorover, languit
en ben je verder van huis.
–

Foto's en andere waar
Van die stenen
in een beek, in de bergen
Voor je het weet
kukel je voorover, languit
en ben je verder van huis.
–
Te fietsen over straat
over krakend knisperende bladeren
de wind die ze ritselend over straat jaagt
door plassen
om het water op te laten spatten
met je benen wijd
en de regen je laat lachen.
–
Knisperende knerpende krakende bladeren
onder mij, maar ik kan niet op
tegen de wind die ze met één zucht
laat ritselen en mij met heimwee vervult.
–
Dan ben ik onbeschaamd
en kus je waar je maar gekust wil worden
te beginnen waar ik wil
in het midden waar je zinnen bloot liggen
waar de vleugels van je schaamlippen
zich zonder schaamte tonen.
Met woorden zoek ik mij een weg
in mijn gedachten. Ze gaan
van hot naar her. Ik weet niet
hoe ze zich gaan verhouden
hoe ze samenpakken tot een kristal
hoe het licht gebroken wordt
waarheen dat licht mij voert.
–
Eén jaar, of twee jaar, geleden
Eendekuikens in oktober
Ik zag ze weer voorbijlopen
Voor de naderende kou
Leven dat zich niet laat tegenhouden
Zij het ook gedoemd.
–
Zo doorzichtig als glas
valt het licht door me heen
gebroken. Broos. Iets kleins
en ik val in stukken, genoeg
om om te smelten
tot een nieuwe bokaal.
En het slib weet van niks
Het ligt daar maar fijn te zijn
en zuigt verraderlijk en rijk
Het begin van vaste grond
dat je best voorzichtig betreedt
Je valt niet hard,
maar uitglijden is zo gedaan
en de zee ligt altijd op de loer.
Ga ik door het lage land
waar de velden zonder uitzicht zijn
zonder spektakel wijds uiteen gelegd
hap ik naar lucht
dat zich in volle omvang aan mij opdringt.
–
kijk: als je legge wil
mot je je vooral niet laten remme
al bleren vele stemme
van legge wor je chill
–