Springt op in het licht
de fontein, vogels zingen
mijn liefdesgedicht.

Foto's en andere waar
Springt op in het licht
de fontein, vogels zingen
mijn liefdesgedicht.
Vers gevallen sneeuw
onberoerd nog, een zuchtje
laat z’n sporen na.
En kun je de woorden
laten voor wat ze zijn, aanvaarden
het gebaar in ontvangst nemen
zonder meer, zonder terug
te moeten geven
niet meer dan je blijdschap?
Laat me ongrijpbaar zijn
en toch ook om te doorzien
Laat me flitsend zijn
en beminnelijk bovendien
Laat me maar
en tegelijk om op te vreten
Laat me op mijn bergtop
het uitzicht genieten
Laat me koesteren in de dalen
Laat me in de kou staan
genieten van jouw warmte
Laat me in de hitte van het strand
de zomerzon vergeten
samen in de branding.
Het uitbottend groen
berust in de kou, haardvuur
ontstoken, een zoen.
–
Door teleurstelling
omklemd, bevrijd vind ik weer
wat van mijn gading.
Kolonnes mieren:
Hoe raar is dit? Die dieren
mijn lunch verstieren.
Alles rust, alleen in mijn hoofd
tollen de woorden lukraak
verdwaalde zinnen
van hak op de tak
richt ik me op mijn adem
en op één zekerheid:
dat ik jouw nabijheid mag.
De zon, een zomerjas en al het groen
verlichtten onderweg de wallen
onder mijn ogen, met de wind mee
dat ook nog en daar teer ik op
de rest van de dag tot de ondergang
van de zon en een heildronk op de nacht.
Woorden die stromen, sprankelen
prikkelen de zinnen, spiegelen
klatergoud en schone schijn
vermogen te raken
al was er niet meer
dan een oppervlak ooit aanwezig.