Peinst: cynisch of realistisch? Over populisme

Populisme gedijt bij onvrede. Levert nu eenmaal meer kiezers op. Dus zolang men de schuld van niet werkend beleid kan leggen bij iedereen anders dan bij zichzelf, maakt het diegenen niks uit hoeveel problemen en chaos zelfs door beleid of non-beleid onstaan. Het kan zelfs slim zijn om op chaos en meer en meer onvrede aan te sturen, om zo uiteindelijk zoveel kiezers en zoveel macht te kunnen krijgen, dat men écht kan doen wat men eigenlijk wil, zonder dat men daarbij wordt gehinderd door anderen.

Dat de Faber, die van asiel en migratie, komt met regelgeving die misschien, hoogstwaarschijnlijk – laat ik dat even in het midden, want dat doet er niet toe voor het punt dat ik hier maak – helemaal niet werkt en alleen de problemen nog vergroot, dat resultaat is dan alleen maar koren op de molen van populisten. Populisme kan de schuld gewoon leggen bij de regelgeving die vroeger is bedacht door de “linkse” of welke elitaire kliek dan ook, met name, bv., die in en van Brussel cq Europa: als vroeger niet zo soft was opgetreden en niet zo soft zaken waren geregeld, dan was dat beleid wat de Faber nu voorstelt wél gewoon goed uitvoerbaar. Duh.

Ik vrees dat heel veel mensen in die laatste redenering – en steeds maar de schuld van alles elders leggen – mee gaan. In Nederland zie ik niet zo gauw een absolute meerderheid van welke beweging of partij dan ook…. Maar om de boel te verstieren heb je lang niet altijd een absolute meerderheid nodig. En bovendien…. ik weet het niet zeker of het toch niet alsnog zover zal komen, zelfs in Nederland.

In de stroom

Het was niet lang geleden
en nog steeds niet
dat ik ter wereld kwam

Onder de douche klok ik de tijd
aan de hand van een zandloper
– die houdt bij vijf minuten op –
al houd ik me er niet altijd
even stipt aan

Mijn tijd loopt in een oogwenk
zeker naarmate de tientallen jaren
om van eeuwen niet te spreken
zich onvermurwbaar ontvouwen.

Helaas

Haat slaat, slaat
dood, alles dood
wat er ook maar
aan leven is, wat
de ander ook
maar aan leven deelt
aan beslommeringen van dag tot dag
aan kleine bekommeringen
aan gevoelen en gedachten
aan behoeften
bezijden de waarheid en de leugen
de wereld, een wereld.

Zichtzag

Op een voetstuk
waar ik niet op ben gezet
waar ik loop op plat getreden paden
kijk ik het nog maar ’s aan
en zie ik in het verschiet
niet veel anders
dan de grote dooddoener
de gelijkmaker
van ook dit niemandalletje
waar het genoegen
geheel mijnerzijds is.

Borstig spel

Twee roodborstjes dansten
om elkaar en met elkaar
op de grond
Dood blad stoof op
voordat ze voor mijn nadering
elk een kant opvlogen
– daar in het Sterrebos –
en ik maar met de vraag bleef
of het toch zo zijn mag
dat ze elkaar nog zullen mogen.

Verval, voltooid

Er was eens
een dag om niet te vergeten
een hele vakantie
een geboorte, schooltijden
een eerste liefde en nog zowat
waarvan er één een heuse draak was
om snel te vergeten, maar
ergens altijd in ’t geheugen
bleef en nu pas wegzakt maar
zich nog steeds doet gelden
in onbegrepen woorden en gebaren
– en het is heus niet allemaal naar
wat de klok slaat –
die laatste jaren
weer onbeholpen, zorg behoevend
als een baby, maar
door een heel leven getekend .

Een koud staaltje van

Woorden schieten te kort
waar op dat wereldtoneel
degenen het woord voeren
die het beperken tot het recht
van de sterkste, van het eigen
gelijk, met macht omgord

die geen zier geven
om ’t welzijn anders dan van hen zelf
om van oprechtheid niet te spreken
uit op eigen gewin, garen spinnend
bij chaos, bij verdeeldheid ongeacht
wat dat ook maar kost aan levens
in figuurlijke of zelfs letterlijke zin
zolang ze hun eigen zin
maar krijgen, hebben, houden

Zou je voorbeelden van despoten
willen uit de geschiedenis van de mens
het is weer makkelijk monsters te nemen
de laatste tijd.
.
.
.
.
[ nav. ontmoeting Zelensky met Trump en de zijnen 28 feb. 2025 ]

Overpeinzing over haat

Haat is blind. Maar wat als degene die haat zelf ontkent dat men haat, maar zegt alleen maar te spreken van de waarheid? Of misschien wel toegeeft dat men haat, maar ontkent dat men (ver)blind is, maar juist de waarheid, ’t gelijk, in pacht heeft, méér ten minste dan die anderen die men zo haat.

Haat valt te begrijpen: als jou of je naasten – met wie dan ook je maar als je naaste ervaart of ziet – vreselijks wordt aangedaan, dan is haat, blinde haat, een gewoon menselijke reactie. Vanuit aangedaan (onnoemelijk) leed en pijn kan het makkelijk zover komen.

(Tuurlijk kun je proberen zelfs met zulk onnoemelijke wrede pijn op zo’n manier om te gaan dat je niet vervalt tot haat. Een alternatief, wellicht ook niet de beste manier, voor haat is je terug trekken, steeds verder, of misschien zelfs wel helemaal uit dit aardse bestaan. Er zijn er die “kiezen” voor ’t laatste en dan ook maar zoveel mogelijk anderen willen meenemen: alles om maar “gezien” te worden, om je “gezien” te weten. Je gezien weten, letterlijk of figuurlijk, geeft een gevoel van ten minste énige zin aan en van ’t leven. Nog een manier is praten over de wreedheid met anderen; maar dat praten kan net zo goed opluchten als aanwakkeren: het is maar net hoe, met wie, en wat wordt gezegd, besproken. )

Haat leidt ertoe dat men mensen tot objecten van haat maakt, tot objecten waarvan al het menselijke is of wordt ontdaan, figuurlijk zowel als letterlijk, zodat ook elk mogelijke verwantschap, gemeenschappelijkheid niet meer wordt gezien, niet meer kán worden gezien of ervaren; zelfs als zou het alleen maar het besef zijn dat óók de andere een levend mens is, met allerlei gevoelens, ervaringen en gedachten die elk lid van de menselijke soort wel kent; elk levend wezen van welke soort ook kent, min of meer, veel van dezelfde gevoelens en neigingen, verlangens of driften, als wij mensen.

Toevoeging [14 juni 2025]:  allicht psychologie van de koude grond, maar de reden waarom men zo makkelijk bij onnoemelijk aangedaan leed tot haat kan vervallen – waarbij men de veroorzaker van dat leed tot object maakt, zonder enige menseljikheid – is wellicht, dat het makkelijker te begrijpen valt hoe iets wat niet menselijk is, wat geen medemens is, tot zulke gruwelijkheden kan overgaan, dan te (moeten) begrijpen hoe een mens tot zulke vreselijke, “onmenselijke” daden komt; helaas bewijst de geschiedenis, zelfs de praktijk van dag tot dag, hoe mensen tot daden overgaan die als onmenselijk worden bestempeld, Het menselijke van onmenselijkheid valt moeilijk te verenigen met de behoefte aan zingeving, betekenis en zekerheid….

In memoriam in spe

Gisteren op mijn aanrecht
zat een witte kleine vlinder
– echt waar –
totaal onverwacht, ongedacht
Ik besefte haar (zijn?) aard pas
toen ik ‘r bij de vleugels greep
Wat daarmee aan te vangen in de winter?

Wat voor denken, gedachten
zou die eertijds verpopte rups hebben
en wat voor verlangens enzovoort?
Hoezeer ben ik zelf zo’n vlinder?

Levend wezen. Jazeker
Moest ik bloemen kopen vol nectar?
dat ik haar een lot gunde
dat haar niet beschoren was
en dan ook nog heel alleen

Direct doden is ook zowat
want zo levend
zozeer als mijzelf
hoe verschillend ook

En zozeer als ik dan leef
leeft ze dan toch vast anders
heel anders
en ik hoopte maar
dat de vrieskou buiten
(al was en is het uit de wind)
een zachte dood zou brengen

Of toch een wonder?
Zojuist nog leek ze haar vleugels
– ff checke –
een slag te bewegen
maar het kon ook een windvlaag zijn
{misschien heeft ze wel antivries?]