Met een open haard
huis dat leeft, geluksmoment
wel, de lucht geklaard.

Foto's en andere waar
Met een open haard
huis dat leeft, geluksmoment
wel, de lucht geklaard.
De wind laat ik maar buiten
en ook de regen doet maar
het dekbed dekt mij toe
een aankomende griep
of toch gewoon maar erg
nou moe?
Stond ik daar alleen
in gedachten verzonken
toen zij plots verscheen
ongedroomd, nooit bij
stil gestaan, vlees geworden
zo keerde het tij.
Zo was er deze dag
het licht viel met bakken uit de hemel
het water achterna, spiegelend
in de plassen, de straat glad
van aanzien
om zo op weg te rijden
naar het blauwe gat
uit de drukte, uit de stad
wat wacht
Opgekalefaterd van zinnen
vrees ik niet wat open ligt
laat ik mij vallen
in het bodemloze ravijn
Met een vol hart
zeg ik je:
houd me vast
en we dansen onderwijl
Gedachten nemen
hun eigen vlucht
we de vleugels uitslaan
van zinnen wars.
De blokken in de open haard vragen
De rook door de schoorsteen trekt
Het dansen van de vlammen
vangt mijn aandacht, mijn ogen
vallen toe en steeds verder weg
hoor ik het suizen en het knappen
De muziek verstomt
Laat ik de tijd voor wat die is
Opgetild door het moment
Alleen en toch niet.
Aan de wal zie ik in de verte
hoe ik over de horizon zou gaan
uit het zicht verdwijnen
elders opduiken als mijzelf
pas ik er wel een mouw aan
en dicht het gat
met handen en voeten
of leg het loodje.
Ruik ik de open haard in je haren
het vuur van binnen smeulend
de rook om ons heen
vol vonken in de lucht
de vlinders met tere vleugelslagen
het licht uiteen doen spatten
waar een regenboog bij verbleekt
Alles vanwege een enkele kus.
De letters dansen
en ik wil wel mee
verdwijnen uit het zicht daarheen
waar we elkaar verstaan
zonder meer en niet meer
van node dan onze warmte
die in elkaar overvloeit
en van tweeën één maakt.
Gelijk op ademen
in de ogen kijken
ogen sluiten, op de tast
niets dan naakte huid
en haar, de wereld zo klein
als ons beiden, zo hoog
opgetild als onze zinnen
ons meevoeren, rust
vinden in elkaar.