Innig verlangen

Ik weet niet meer welke woorden
en ook de muziek schiet tekort
alleen het luchtruim zit in de weg
want anders zou ik het wel weten

37 graden of net even meer
lichaamswarmte die doet gloeien
zweet op de huid spreekt van
lust tot leven, verlangen te ontsnappen

aan de tijd, te vergeten
hoe we gebonden zijn aan leedwezen.

 

 
 
 

In het verschiet

De wolken pakken zich samen en steeds
donkerder de lucht, haast ik me
in een verloren strijd, deze ronde
geef ik me net zo goed gewonnen

IJskoud valt de regen
doorweekt tot op de  huid
ril ik aan één stuk door
en thuis
dat is nog zover weg.

 

 
 
 

Ambachtsman

Nee, geen slager
hij ontbloot wat besloten
in het geheim van wat groeit
hij schaaft en streelt
tot het licht spiegelt in de glans
van noeste arbeid
hij meet en past tot alles klopt
de hoeken en de rondingen
verlokken tot een kus
alleen het weer werkt
en laat het kreunen.

 

 
 
 

De koude voorbij

De koude is nog niets
De dood is kouder
Hete tranen op wangen

Ik wacht nog even
een poos
een veer te laten
en vlieg ik
zolang het leven mij vleugels geeft.

 

 
 
 

Zonovergoten dag

Een aanstekelijk liedje in mijn hoofd
een zonnetje ook nog, god zij geloofd
alleen, alsof de duivel er mee speelt
het hoekje om blijkt dat geluk toch ongedeeld

voor die bewoners in tranen viel het doek
hun hebben en houden in vlammen zoek.

 

 
 
 

Van de bank af

Opeens stil, behalve
de centrale afzuiging
de poes op mijn schoot spint
en ver weg buiten fluit een vogel
zo laat nog op de dag
zo vroeg nog in de avond
even niets, voordat de onrust
mij van mijn plek verjaagt.