Zo’n honderdenvijftig jaar
– of vijfhonderd voor mijn part
om van onstervelijk niet te spreken –
dat wilde ik wel zondermeer
mits met m’n natje en m’n droogje
en een gezonde nieuwsgierigheid bovendien
maar allengs taant dat verlangen
en weet ik niet meer wanneer ik
niet van geen ophouden meer wil weten.

