Andere tijden [kindertijd]

Waar is mijn opa
gebleven
met wie ik door de dreven
toerde aan het begin van mijn leven
tot een jaar of zeven?
Hij was mijn grootvader
mijn grote vader
die mij mocht ongeacht wat
dat was een makkelijk gegeven
maar desondanks
sindsdien verloor ik wat had kunnen zijn
wat kon uitmonden
in andere tijden samen
in misschien wel nog een ander dan hij was
misschien ook een ander dan ik nu ben

de verhuizing toen
weg
van de plaats van mijn nog jonge leven
van de hoofdstad naar de plek
in het noorden des lands
dat dorp, Uithuizen
ten tijde van “Guus kom noar huus”
(“de koei’n stoan op spring’n”)
weg van een tweede keer eerste klas
waar ik net een vriendje had
– Martin Sterel? –
zo eentje die mooi woonde in de flat
tv had en een vader met Mercedes
waarin we een keer reden
naar een zomers zwembad

de tijden dat ik nog zwierde
met de step over de brede stoep
in Buitenveldert
waar ik meerdere pijlen schoot
en steeds maar weer mijn boog brak
en met sneeuw met slee
de helling afging
– talud van een nieuwe weg? –
waar ik mijn net gewisselde tand ook
nog brak en verdoofd werd in mijn gehemelte
met nooit eerder ervaren pijn

de tijden dat ik nog achterop de oranje brommer
van mijn moeder, zwart-wit gehelmd
niet alleen ging naar de vrije kleuterschool
maar ook naar houtbewerken
– echt? echt waar? –
en naar de arts wegens oorpijn
van de zwemles, al herinner ik me
alleen de crêche nog van daarvoor
de geur van doorgekookte groente
en de smaak van ligakoek

de tijden dat mijn opa er nog was
dat ik matzes mocht
met zoveel bruine suiker als ik bliefde
en we eekhoorns voerden in het amsterdamse bos.
(met stukjes pure chocola van Verkade ­čś│ )

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *