Tuurlijk ben ik niet de enige
die ’s nachts alleen ligt
– bij lange na niet –
die zelden zo huid op huid
contact maakt, weet te raken
– buiten woorden om –
en zich er van alles bij kan voorstellen
al is dat overdreven
en schiet dat tekort tegelijk
– bij ervaring van wat momenten –
al is het natuurlijk
een kwestie van opeenvolging
van momenten van zus naar zo
en dergelijke. Een afslag
of wat gemist? Dat is de vraag.
Sprekend
Je beweegt je door het leven
door het leven bewogen
en alleen in woorden
– daargelaten een enkel gebaar
en met je ouders vluchtige omhelzingen
zolang als het nog mag duren –
raak je je naasten
raken je naasten je
schiet je bij ontstentenis vaker vol
Ach jongen
je bent een jaar of drie, veertien
en onderhand al heel lang ook wel
van den ouden van dagen
Soms ben je zus
Soms ben je zo
Het hangt er maar vanaf, vanaf
de tijd en het moment
Ik weet niet beter.
En wat
Vandaag kreeg ik de dood aan de lijn
zo even terloops
tussen alle andere gesprekken door
Haar beide kinderen waren
zo wist ze te vertellen
in een een ongeluk
en één was dood
de ander aan het revalideren
en een brief vertelde haar
dat ze geen recht op geld meer had
voor de opvang
per die datum die de gemeente had
van net drie weken terug
toen alles nog anders was.
Van vandaag en eertijds
Langs de bouwrijp gemaakte
bouwplaats snoof ik de geur
van zand en klei, van vers cement
van toen ik nog speelde
aan de randen
van de nieuwe wijk de Ripperdadrift
daar te Uithuizen, bewapend
met geelbeige proppebuizen
en misschien dat resthout
door onze handen verkoolde
in een terloops vreugdevuur
voordat het écht te laat werd
Mettertijd
Het was weer de eerste keer
dat de zomer deze lenteavond
mij aandeed
De wind was gaan liggen
en in de schemering fietste ik
met korte mouwen door
stilteplekken en eilanden van koude
lucht en warme lucht
en streek langs de haren op mijn armen.
Ter schelling
Langs de zee
zij het niet de kust
van het vasteland
Een eeuwigheid geleden, een twaalftal
jaar en het strand
is niet meer wat het was, het zand
weg gewaaid, weg gespoeld
of bedekt en misschien wortelt er wel helmgras
Is het tijd dan nu
nog een keer de branding te horen
ruisen en te laten uitvloeien
in mijn zicht, voor mijn voeten
alleen op de wereld?

Afknapper
‘Waar ga je heen?’
dacht ik eigenlijk nog nooit
zo bij mezelf en op dat
‘Wat wil ik?’, al dan niet ‘nou eigenlijk’
had ik in feite niet meer dan van die
dooddoenerantwoorden
zoals afstuderen over een jaar of wat
een vakantie over een paar maand
naar de overkant van Friesland fietsen
opstaan, naar m’n werk en naar bed
en uit de weg gaan van nabijheid
al klopt het hart, mijn hart, nog zozeer
al maak ik echt wel degelijk contact
al raak ik een ander en mezelf
als het maar niet van mij komt
als het maar niet is voor misschien wel lange duur
als het maar niet is dat ik weer alleen en achter
blijf ten ene male en warmte in kou verkeert.
Uitzicht
De verwarming bleef uit vandaag
dankzij de zon en de ligging
op het zuiden en de raampartijen
De lente breekt weer aan
en straks ook vast de zomer
Mijn hart klopt
al is het niet raak
noch er op los
waar het bij blijft, vooralsnog.
Nagedachtenis
In gedachten loop ik laat
Laat ik de voorbije dag niet
de revue passeren en zie ik
de nacht in het verschiet
met wolken, maan en wat
dies meer zij, misschien
droom ik al bij gebrek aan beter
en steel ik een kus
die toch al vrijmoedig werd gegeven
als ik mijn hoofd te ruste leg
in het donker, in het donker
waar de onrust zich roert
al sluit ik er mijn ogen voor de ochtendstond.
Heitje voor een wijsheidje
De baard, mijn baard
al is ie kort van stof
kijkt me in de spiegel aan
elke ochtend en spreekt
in grijs en wit van jaren
van voorbije tijd
en hoeveel er niet nog zijn te gaan
Gedistingeerd, dat kun je zeggen
of hoe het afkleedt met gezag
maar vooruitlopend op de rimpels
en de stramheid van de ouderdom
blijft het de vraag of ’t genoegen doet
al blijft ie groeien, zij het wit, zij het grijs
alsnog een teken van leven
terwijl ik al kaler wordt
brengt het mij ergens en van de wijs.

