Mijn hart bij jou

Mijn hart is bij jou, twee kamers
vol verlangen stroomt
als vanzelf jouw kant op
stroomt onvermijdelijk en kust
je lippen en dorst naar meer

Als een boom
die zijn kroon uitspreidt
over de vijver waar hij wortelt
in de diepte, in de grond
er zijn genoegen aan beleeft
zolang de zon niet te lang, te zeer
schijnt en het water vlucht
stroomt mijn verlangen
en put uit jou.

 
 
 

Tastzin

Mijn handen op elkaar gelegen
in mijn schoot, delen
alleen elkaars warmte
bij jouw ontstentenis
het gemis aan jouw huid
het voelen van jouw wezen
de tastzin naar jouw bekoring.

 
 
 

Nakend

Zullen we elkaar zien dan
is het hier of is het daar?
Als het is met het hart ontbloot
dan is elke plek ter wereld
een kamer naar ons zin
de tijd gevangen in onze schoot.

 
 
 

Gevlogen

Zo-even reikte ik zo hoog
dat ik het blauw kon kussen
van de lucht, geen wolken
in de verste verte niet
en met de kom van mijn handen
bracht ik het water
naar mijn mond uit een bergmeer
en vloog ik met de meeuwen
en verder dan zij
totdat mijn vleugels smolten
van gelukkig hartzeer
landde ik in jouw verlangen.

 
 
 

Down to earth

Nee, ik fietsde niet, ik zwoof
zo bleek er in de tijd een kloof
was ik van daar opeens maar hier
vond ik in de wolken mijn vertier

Het geluk dat viel me in mijn schoot
dat nu staat aan op de autop’loot.

 
 
 

Omstandig heden

Zoals je de zon niet kan dwingen
noch de aarde in haar baan
Zo in vruchtbare aarde
je woorden vallen
maar hoezeer ook, het reikt
maar tot zo ver, zo hoog
als het niet wortelt, dat
dat verlangen, dat onvervuld blijft
als het gras wordt weggemaaid
als de voorjaarregens al voorbij
als de kou weer in de lucht
als jij daar, ik hier verzucht.

 
 
 

Voor even

Het pad ligt open, zo ook de poort
als je de sleutel weet te vinden
of anders gooi je een steen
door het raam

Als jij het bent
dan maakt het niet uit
hoe je binnen komt, binnen
is al wat telt

zodat we samen kunnen vluchten
vliegen op de vleugels van verlangen
naar die plek, een korte wijle lang
om te vertoeven
te proeven van elkaars bestaan.

 
 
 

Zeer

Het doet zeer, ook al ben je
nog zo dichtbij in gedachten
Het doet zeer, die afstand
dat we niet lijfelijk de warmte
voelen, niet elkaar proeven
in de ogen kijken
en het zweten
des aanschijns ontberen
Zo zeer
als die droom schuurt
langs de rand van de horizon.

 
 
 

Ontwaken

Wil ik je kussen, maar ik laat je nog even
liggen in bed waar je dichtbij ver weg
met gesloten ogen en een adem
die spreekt van rust
je lichaam stil en warm

nog even voordat ook de dag
het dek bij jou afhaalt en je bloot
stelt aan wat in het zicht.

 
 
 

Geen zee te hoog

In de vochtigheid van ons verlangen
verzink ik in jouw schoot, kom ik
boven, jij boven
bewegen we in een golf
en gaan we samen onder
onze monden, ons midden
onze ogen, onze handen
armen, benen
bij elkaar
stellen we de ontknoping uit
totdat wij in elkaar verloren
en nergens meer zijn.