In jouw hart

In deze nacht schrijf ik de woorden
die ik liever ongezegd liet
In deze nacht maak ik de zinnen
die ik liever nooit begon

Was jij dichtbij, kon ik jouw adem horen
Was jij dichtbij, kon ik je strelen
de haartjes op je arm
de welving rond je mond
kon ik je zacht kussen
zo ik je nog niet eerder vond
je haren op mijn borst

een buigen naar elkaar
lichamen die vrijen
en waar woorden spreken
van mijn lief
kom ik liever bij je binnen.

 
 
 

Smelten

Van de zee, het zand, de golven
kan er niets meer aan jou tippen
al het licht dat schijnt op jou
en als de warmte van jouw lippen
mij kust dan smelt ik meer weg
dan door de streling van eendere zon
als jouw ogen op mij vallen
heb ik nergens anders oog meer voor
zoals jouw zwijgen mij beroert
elk onweer maakt zich uit de voeten
jouw voeten zelf, als zij me naderen
weet ik niet anders dan ze te willen
strelen, kussen, zo langzaam
van beneden af aan
naar boven.

 
 
 

Opgedoekt

Met een oprisping van het gemoed
komen de woorden in een stoet
Ach nee, ik maar een grapje
maak en houd u voor het lapje

terwijl ik getooid met blinddoek
tastend mijn weg naar haar zoek.

 
 
 

Levenslijntje

In de wereld van de wereld
het houvast verloren
Gooi een anker uit
Mijn hart biedt vaste bodem

Zie ik je graag vliegen
maar toch niet vluchten
Zie ik je graag dansen
maar niet struikelen
Zie ik je graag opgetogen
maar niet in ademnood

Hou je vast aan de lijn
Ik laat ‘m vieren
maar nooit los
en pas als je bent uitgevlogen
ben je met de wereld klaar.

 
 
 

Vrij

Onder luchten van velerlei aard
beet ik de kou de spits af
deed de hitte bijten in ’t stof, in draf
met vlinders in de buik geschaard

De honden lustten daarvan geen brood:
bezweek ik alsnog in hoogste nood
genadig aan de liefdesdood.

 
 
 

Zo’n bui

Speldeprikken op mijn lippen
de hagel kwam van heel hoog
dacht aan jou, van ook zo ver,
dat ik liever jouw tanden voelde
en het proeven van jouw tong

hield ik mijn hoofd gebogen
was bepaald onveilig in ’t verkeer.

 
 
 

Ontknoping

Dit zijn woorden:

Laat ik je kussen hier en daar
de knopen van je blouse
los en je ontdekken
stuk voor stuk
laag voor laag
doe je met mij
wat jij wil
tot op de bodem
we elkaar vinden

Laat ik je kussen daar
waar jij verlangt naar meer
Laat ik je kussen nu
dat jij komt op vleugels
Laat ik je kussen straks
als we liggen in overgave.

Dat zijn de woorden.

 
 
 

Lievelingswens

Bezig ik nog deze laatste woorden
voordat ik mijn waken opschort
totdat in de morgen ik word gekust
door de lief van mijn dromen

Heb ik het laatste glas genoten
valt er nergens meer op te drinken
dat meer zegt dan ik zoëven zei:
mijn lief, je bent toch het meest van jezelf.

 
 
 

Voor nu

Je weet toch, de woorden
die niet over mijn lippen komen
opgeslagen liggen in mijn hart
dat ook voor jou blijft kloppen

de weg die ik afleg
ook al gaat zij van jou
weet ik je aanwezig
tot wel of niet
onze voetstappen kruisen.

 
 
 

Met de wind in de zeilen

Een  meer zou ik je willen geven
en zo meer, als één daarvan
je dorst niet mag lessen
en als ook dat het gat niet vult
dan alle rivieren, alle zeeën
Mocht dat nog steeds niet baten
dan zou ik dat wel willen:
je terug te geven aan jezelf.