Machtig kwetsbaar

Een borst, een bil
een buik met navel, ogen stil
een dijbeen, enkel en voet gestrekt
een half open mond waar de adem
zacht de lippen streelt
    
Te mooi, te wonderschoon
die samenvallende delen in één beeld,
een veelomvattend eerbetoon.

(oorspronkelijke versie 5 juni ’08)

 
 
 

Kiek de Kiekendieven

Elk jaar weer een tour-de-force
die dieven die even komen kieken
Tijd en energie kosten, best fors
Dan moet men niet gaan zieken

jagen op die paar vogels op trek
die met hun wijde vleugelslag
vliegen van stek naar stek,
het luchtruim beheersen met gezag.

Ook zij verdienen een beter lot
dan te sterven aan een schot
om te dienen tot schotel of trofee
De economie zit hun sowieso niet mee

Schaars is hun gebied waar ze in rust
kunnen Kiekendieven in lieve lust
Prijs onderzoekers en vrijwilligers dus gerust
Voor Kiekendieven zonder meer een must.

 
 
 

ssssshhjjj

Wolken vliegen af en aan
Tekenen licht en donker op de grond
Kippenvel op blote armen

In de stilte klinkt het geluid
van een enkele vogel plotsklaps luid
als de wind wegvalt, dan terstond
grijpen vingers in elkaar, de mond
hapt naar adem, ogen vragen om erbarmen.

De koude regen valt en valt
zo hevig

 
 
 

Zie de maan

De maan is groot en rond, zo schijnt,
maar niet altijd zo op het oog
vereist het ’t nodige geloof, betoog
als ze bij tijd en wijle in het niets verdwijnt.

 
 
 

Klein grut

In het groen verscholen
leggen kruipers en vliegers het lood
die volgens uitgesleten sporen dolen
tot niets dan voor voortplanting uitgeloot.

 
 
 

Papier hier

Geen oerwoud hier in ’t land
Kaalslag bracht er heide en zand,
cultuurgoed bij tijd en wijle afgebrand.

Rest een oerwoud van regels aan recht
Gulden regels voor allerhande gaten
Gelijke monnniken gelijke kappen opgelegd
Zinnen die verzanden in gemier
De woudlopers: juristen en advocaten
van dode letters op papier hier.

(herziene gerijmde versie van die van 20 maart 2008)

 
 
 

Geharde bloemen

Ergens weet ik een schraal veld
verscholen achter muren
waar gras en distels tieren,
enkele bloemen, ik sta versteld

hoe moedig die volhouden, turen
en reiken naar licht, het leven vieren,
keren keer op keer weer terug
totdat de muren het bezuren,
instorten onder het gewicht van tijd
Verscholen plek van kleur en stilte
Neem ik node afscheid.

 
 
 

Kamerplant

Tientallen
bladeren hartvormig groen
stil en onzichtbaar bewogen
hebben het niet breed.
Toch
groeit die plant heel koen,
als ik zijn behoefte niet verloochen
en water geef bij de vleet.

 
 
 

Blaag van een kraai

Een jonge kraai op een lichtmast
vliegt met steunend gekras
met wapperende vleugels alras
steeds weer terug, naar zijn moed tast

voor nog een waagstuk
en vliegt zich nog een ongeluk.