Blauwe dag

Tegen het vlekkeloze blauw en zonovergoten
steken het leven en de dode dingen tijdloos af
Ritselen de bladeren, wappert een vlag
voegt het geluid van een slijptol in de haven
zich naadloos in deze zomerse herfstdag.

 
 
 

Op de pot

Dit is de plaats te talmen
zich te laten gaan in walmen
Hier krijgt het slijk der aarde
ogenschijnlijk enige waarde
Menigeen mocht het al ervaren
met welk gemak men weet te klaren
dat dagelijks ritueel, het resultaat
van hoe men in dit ondermaanse staat.

 
 
 

Keertij

Mijn handen voelden nog nooit zo
zo warm konden ze niet anders
die dag dat onverwacht
jij langs kwam

Mijn gedachten waren nog nooit zo
nooit zo van slag en met stomheid
geslagen, dat uur
de klok stil stond

Mijn bloed stroomde nog nooit zo
zo dat mijn hart vol schoot
toen jouw lach
mijn ogen deed tranen.

 
 
 

Opgepoetste morgenstond

Nog even te gaan voordat de morgen
aanbreekt met het piepen van de wekker
als ik wakker word, weet ik me lekker
onder de dekens in halfslaap geborgen

Gooi ik mijn benen overboord
buig ik me welgemoed over van die vragen
zoals welke kleur sokken ik zal dragen
op deze dag ben ik onverstoord

Zelfs zonder koffie in de mik
ben ik zo wakker als wat
en voel ik me reuze in mijn schik

Waarom het echter geen goud is, is dat
moet ik bekennen met een snik:
jij ligt nu ver weg in andermans bad.

 
 
 

De zee zit er niet mee

Als de zee wijkt dan wil ze
opkomen met groter gemak in grotere golf
voorbij het kussen van de kust lust ze
overrompelt ze en overweldigt ze
in wilde baren met wat in haar is gevaren
al het leven binnen handbereik
voorbij de stilte, die ondergaande zon, dat ochtendgloren.

 
 
 

Verguld

Zag nooit een grotere bloem dan toen
ik werd opgetild en door het licht vloog
de bladerkroon van die boom opleefde
elk blad, op sterven na dood, opflakkerde
de zon doorliet recht in mijn oog, in mijn hart
en de schaduwkant de wereld alleen vervolmaakte.

 
 
 

De harde realiteit van dromen

De woorden zijn vergeven
de daden zijn gedaan
een ander verhaal valt te weven
als gedachten uit dromen gaan

waar flatgebouwen op handen lopen
een eend fluistert in je oor
een geliefde gaat je voor
raak je in de woestijn bezopen

stop je een trein met blote handen
een madelief uit je navel springt
legt de kermis je aan banden

midden op het plein een haan zingt
als vogelverschirikker in alle standen
je je door regenbogen weet omringd.

 
 
 

Ongehoord

Met woorden kom ik bij je binnen
ga ik over op een andere taal
woordeloos wil ik je minnen
maken we een nieuw verhaal

waarvan de opmaat al heeft geklonken
we van elkaars lippen hebben gedronken
proeft jouw zweet zo zoet als honing
een vergeten wereld als beloning
waar we samen komen en maken
van elk moment een slotaccoord.