Tak en blad

Half kaal toont de boom al
zijn takken, zijn bladeren
trillen broos hypnotiserend
in een gestage wind
nog even pak ik dit moment
voordat de winter tussenbeide komt
voordat het geraamte
zich onverbloemd laat zien
blootgesteld aan de kou
als wachter voor de zomer.

 
 
 

Van verlangen sprekend

Jouw lippen spreken tot mij in kussen
in jouw kussen een wereld besloten
de wereld gaat er van tussen
als we ons onverdroten
overgeven aan naakt verlangen
gevangen in de schoot van leven.

 
 
 

Herfstig broos

Berijpte velden groen, nevelflarden
boven de sloten, zolang als de zon
over het herfstlandschap veegt

Bladeren omcirkelen op de grond
de stam van hun boom
spreken van stilte
van een nacht als een droom.

 
 
 

Vruchtgebruik

Alle mensen nog ’n toe, het zijn er
nu al een stuk of wat miljarden
en een klein beetje meer
in de loop van de tijd geweest

en hoe men ook tracht
een stempel te drukken op de tijd
een vruchteloze bezigheid
Beter doet men omgekeerd
en plukt de dag aan flarden.

 
 
 

Zie aan

Het speelt zich af op alle fronten
neem dat voetstoots van mij aan
het leven onder het juk van de tijd
gekastijd, of vederlicht door haar
gestreeld, van blad dat ritselt
tot een bliksem die het splijt.

 
 
 

Beleving

Heel lang heb ik het niet gemaakt
om eerlijk te zijn nog geen enkele tel
maar zelfs al leefde ik honderd jaar
de tijd, die zegt maar zozo.

 
 
 

Een wereld van verschil gedeeld

Hier zit ik maar zo te wezen
Jij daar en met jou tallozen
verblijven ergens anders
waar ik geen weet van heb
Een vermoeden hoogstens
van hoe sommigen, velen
en jij in het bijzonder
nu uitbundig leven
(daar de wereld mooi van wordt)

 
 
 

Uit en thuis

Slechts een tinteling van regen
werd ik gewaar, een mist
zo fijn, dat verder alleen mijn glazig zicht
in druppels werd verdeeld
in windstilte verplaatste ik de lucht
kwam ik steeds dichter bij later
alleen thuis, met een hele wereld
om mij heen, het leven zucht
in een web van dwarsverbanden.

 
 
 

Herfstgang II

Stak mijn neus buiten de deur
werd getroffen door de herfstgeur
van natte bladeren vol kleur
op de grond en aan de bomen
drijvend op het watervlak
al vergaand op hun gemak
of tot de wind ze meeneemt
naar de plaatsen van mijn dromen.

 
 
 

Herfstgang I

Stak ik mijn neus buiten de deur
de geur van de herfst in vochtig blad
tilde mij op, ik door de ochtend vloog
onder de hemelen door. In het westen
nog het wegtrekkend zwart, in het oosten
het lichtende blauw, een enkele wolkenband
en het oker van de nog onzichtbare zon.