Verongelijkt nam ze woorden in de mond
die hoezeer niet persoonlijk bedoeld
wel ergens op waren gestoeld
’t sarcasme zijn weg er doorheen vond
Liet ik graag een stilte voor zich spreken
Ons vriendelijk gedag deed de zon verbleken .
Verongelijkt nam ze woorden in de mond
die hoezeer niet persoonlijk bedoeld
wel ergens op waren gestoeld
’t sarcasme zijn weg er doorheen vond
Liet ik graag een stilte voor zich spreken
Ons vriendelijk gedag deed de zon verbleken .
Met mijn armen op mijn rug
en handen in elkaar gehaakt
kom ik een heel eind weg
met het idee dat ik niet alleen ben
en in het hart daarvan ben jij
mijn tred voor even licht, dan zwaar.
Glij langzaam weg,de fadozangeres
blijft zingen, zingen, de noten
ritselend ontspringen aan gitaarsnaren
mijn oren bereiken, met gesloten ogen
op de bank, gevouwen handen
in mijn schoot, ik het gevoel verlies
van links of rechts, mijn handen
hebben de warmte in hun vingers
houd ik het verlangen in mijn hart
een moment in weemoed gevangen.
(Katia Guerreiro – Segredos / http://youtu.be/2FJqvU24Soo )
Kijk mij toch eens nergens iets van aantrekken:
geen das, geen pantalon en ook geen moccasins
geen shirt met een coole opdruk
geen sokken met een tekenfilmfiguur
of met een modieus streepje, ruitje of enig
ander verantwoord patroon
Kijk mij toch eens met afgezakte broek
met gaten en kreukels, een piercing hier en daar
ongewassen haar dat uit de band springt
en schoenen die geen naam mogen hebben
Doe echt mijn best schijt te hebben
aan wie in de pas loopt.
Gaaf hè: er zijn er van ons steeds meer.
Tussen lucht en zand beweegt de wind
Maak jezelf licht en laat je
laat je gaan en optillen als een blad
dat omslaat
Zie waar dan je zinnen landen.
Dit moment, er is geen tweede van
Ik zou er wat voor geven
om het samen te beleven
niet zoals dit, dat het bij woorden blijft
Ik zou er wat voor geven
je warmte te voelen
je adem op mijn huid
je buik tegen de mijne
je handen in de holte van mijn rug
je tong die smaakt naar meer
met ogen dicht
en dat je mijn hart voelde kloppen.
Lief, ik blijf je trouw
Alleen de vorm laat zich raden
De tijd leert met schande en met schade
van de kermis bekomt men kou
Ik heb je in mijn hart gesloten
Knap is zij die je er uit weet te stoten.
Zinnen rijgen zich aaneen.
O ja?
Ik alle woorden meen
alsof ze de laatste zijn voor mijn verscheide’
Kom nou toch.
Echte liefde, daar komt niets tussenbeide
Serieus?
En geloof verzet bergen
Mij niet heus.
Nog kort geleden legde je je hoofd
op mijn kussen neer
en lag ik naast je, lag ik
te kijken in jouw ogen
naar hoe jouw oren staan
hoe jouw mond zich welft
en ik voelde je neus en mijn vingers
streken door je haar
nog kort geleden we kussen deelden
en we ons een moment verbeeldden
dat de wereld bij ons ophield.
Met ogen dicht laat ik mijn mond
met mijn lippen, met mijn tong
streel ik de contouren van je leven
met mijn tanden bijt ik zachtjes
om het te zoeten met een kus
jouw zweten mijn genot
jouw zwaarte tilt mij op
mijn vingers, mijn nagels krassen
mijn armen en benen blind tasten
je te omvatten, dat jij me vasthoudt
de ruimte tussen ons verdwijnt
in schokken mijn lid
zich laat leiden in jouw schoot
en laat ik met een stoot
mijn wanhoop varen
en geef ik mijn liefde prijs
ben ik weg om terug te keren
rusten we dichter dan tevoren
met ogen open en een kus
zoals die niet eerder was
mijn handen weer woelen door je haar.