Moeder eend
met wel een stuk of vijf
heel jonge kuikentjes
allemaal bruinig
zo dicht op elkaar zwemmend
als één, alsof
zij één grote was
en niet te verorberen.
Nog vóór de vogels
Kwart over vier in de morgen
het was nog donker
– zo op deze breedtegraad in de zomer –
en buiten was alles stil geworden
en de wereld klein, de verte verborgen
in de mist, toen ik was ontwaakt
en de slaap wel gedag kon zeggen
Het mooiste deze dag.
Weerlichterij
En het werd weer gewoon nacht
de bliksemschichten achter de wolken
het weerlichten in alle stilte
voorbij de horizon, uit het zicht
een bui voorbij
het gedonder bleef beperkt tot gerommel
in de marge
deze keer, op deze plek
Gisteren?
Was het gisteren
dat ik één of andere fiets
– verdwaald? verloren? –
onder aanmoedigingen van de jochies
boven mijn hoofd tilde
– echt waar? –
en gooide in die vijver
Was het gisteren
dat ik nooit meer iets vernam
dat ik nooit meer ook zelf iets ondernam
nadat ik Amsterdam had ingeruild voor Uithuizen
een andere kant van het land
Was het gisteren
dat ik één van de twee hoofdrollen kreeg
voor de eindvoorstelling van de lagere school
– veel tekst –
en afhaakte; gepland vóór de hele mensheid
optreden ging ook toen al een brug te ver
Was het gisteren
dat ik boeken verslond bij de vleet
en iets later kopje onder ging
aan en in mijn hoofd
aan filosofie bezweken
Was het gisteren
– een dag of wat later of wat –
dat ik onbekommerd, min of meer
dan maar iets praktisch ging studeren
maar natuurlijk wel zoiets breeds
als milieukunde aan ’t Van Hall
en het leek wel of ik vrienden maakte
voor een jaar of vier
Was het gisteren
dat ik gediplomeerd en wel
vanuit een – ander? – gat iets overwon
en met angst en beven inbound
mensen te woord ging staan
Was het gisteren
dat dat lijntje ertussen
en steeds maar voor even
– hoewel altijd van nature te lang –
mij zo geruststelde, dat ik warempel
althans deels (bij) mezelf bleef
Was het gisteren
dat ik hier op dit medium werd benaderd
en wel zo dat daar opeens
alle afstand werd beslecht
dat het kon verkeren
Was het gisteren
dat ik nog op vakantie ging
met Jakob ooit, in m’n eentje op de fiets ook
en zelfs wat groepswandelreizen
– Cevennen, Valle d’Aosta en dat Picos de Europa –
en later met Koos onverwacht een Oostenrijk
Was het gisteren
dat opa, mijn opa, de opa
mij meenam in de amsterdamse bus
en naar het Amsterdamse Bos
en eekhoorntjes – ééntje ? – mee liet snoepen
gezeten op zijn schouder, van Verkade puur
Was het gisteren
dat ik moe werd
van almaar steeds
dingen doen in de wereld
dat ik me tonen moest?

Bloed kruipt
Had ik maar een roos
Was ik maar een roos
Zo’n witte of van ’t warmste rood
En kwam jij dan langs
Gaf ik mij aan jou
Waar het niet gaan kan

Ziltig
Klaproos, korenbloemen, wat halmen graan
Een blauwe lucht steekt ideaal
af als ik daaronder
mij laat gaan
langs de kant
bezweet op en bloed onder
mijn huid
in de zomer.
Wis en warempel
Daar, toen je je grote voortand brak
pal doormidden
die amper de plaats had ingenomen
van die andere uit je nog jongere jare
door een stap op een voetbal
en een vooroverklap
toen je stepte als een snelheidsduivel
op de brede stoep daar
toen je pijl en boog schoot, zo hoog
mogelijk en bogen brak bij de vleet
– in werkelijkheid misschien een stuk of twee –
toen je op school zat aan de overkant
toen je nog uit logeren ging
vooral bij opa en oma in dezelfde stad
een andere wereld tegelijk
Daar was je in Amsterdam
voordat je weg was.
[foto: Zeelandstraat, Buitenveldert, Amsterdam. “mijn portiek van eertijds” ]

Gassiebah
Kijk, nou heb ik niet al te beste ogen
– min zeven, min acht, daaromtrent –
en douchen doe ik zonder bril op
– lenzen, daar doe ik al tijden niet meer aan –
en deze Job heeft niet veel haren op z’n kop
maar nu de laatste weken af en toe een vliegje
– op zich een schattig en teer beestje –
opvloog en ging zitten op muur of douchegordijn
keek ik toch maar ’s nader naar het putje
door mijn brilleglazen. Terecht, zo bleek.
[ de trigger, waarschijnlijk de wc-motmug:
[ https://www.naturalis.nl/…/wc-motmug-is-verkozen-tot… ]

Randfiguur
Tuurlijk ben ik niet de enige
die ’s nachts alleen ligt
– bij lange na niet –
die zelden zo huid op huid
contact maakt, weet te raken
– buiten woorden om –
en zich er van alles bij kan voorstellen
al is dat overdreven
en schiet dat tekort tegelijk
– bij ervaring van wat momenten –
al is het natuurlijk
een kwestie van opeenvolging
van momenten van zus naar zo
en dergelijke. Een afslag
of wat gemist? Dat is de vraag.
Parijs, Parijs
En even verderop brandt het
naast de deur, open of dicht
maakt niet uit; altijd al
is de hele wereld vol van alles
zo gek als je niet bedenken kan
met zoveel leven, zoveel mensen ook
zoveel momenten waar de tijd
van geen ophouden weet
en het leven onophoudelijk tot bloei komt
onophoudelijk het loodje legt
Kijk maar in een oogopslag.

