Oogopslag

Kom je? Kom je aan-
zitten bij het vuur
bij de korf, of de haard
en naast mijn hart

De vonken vliegen namelijk
– nog net niet in je haar –
als we kijken naar elkaar
en de warmte van ons beiden
in geest en in gebaar
voorbij gaat aan verleiden
lucht geeft
als het ware.

Mettertijd

Het was weer de eerste keer
dat de zomer deze lenteavond
mij aandeed

De wind was gaan liggen
en in de schemering fietste ik
met korte mouwen door
stilteplekken en eilanden van koude
lucht en warme lucht
en streek langs de haren op mijn armen.

Ter schelling

Langs de zee
zij het niet de kust
van het vasteland

Een eeuwigheid geleden, een twaalftal
jaar en het strand
is niet meer wat het was, het zand
weg gewaaid, weg gespoeld
of bedekt en misschien wortelt er wel helmgras

Is het tijd dan nu
nog een keer de branding te horen
ruisen en te laten uitvloeien
in mijn zicht, voor mijn voeten
alleen op de wereld?

Terschelling 2012

Ziezo

Het ene moment zus
het andere zo
Zo geef je elkaar een kus
en dan is het van ho

Want al rijmt het op het eerste gezicht
nakend draait het soms om als de weerlicht.

Ha, oogwenk

Een teug
een slok of wat
of een kus
enzovoort
die je naar adem doen happen

even je gewild weten
en veilig als nooit
even los gezongen van de tijd
en buitensporig lief en leed gedeeld
geboren te worden in elkaars armen
punt

Afknapper

‘Waar ga je heen?’
dacht ik eigenlijk nog nooit
zo bij mezelf en op dat
‘Wat wil ik?’, al dan niet ‘nou eigenlijk’
had ik in feite niet meer dan van die
dooddoenerantwoorden

zoals afstuderen over een jaar of wat
een vakantie over een paar maand
naar de overkant van Friesland fietsen
opstaan, naar m’n werk en naar bed
en uit de weg gaan van nabijheid

al klopt het hart, mijn hart, nog zozeer
al maak ik echt wel degelijk contact
al raak ik een ander en mezelf
als het maar niet van mij komt
als het maar niet is voor misschien wel lange duur
als het maar niet is dat ik weer alleen en achter
blijf ten ene male en warmte in kou verkeert.

Gewrochte vruchten, nalatenschap

Je leerde rekenen, je leerde taal
En je leert in de tegenwoordige tijd
hoe je de wereld naar eigen goeddunken
kunt plooien naar je eigen welbevinden
al slaat die je een bloedneus
al val je ermee in een ravijn
– Ach, zolang ik val, dan vlieg ik –
en laat je voor je nageslacht
ik weet niet wat.

Liever

Geleidelijk laat het lijf het afweten
– en soms zomaar met een klap of wat –
en ook de geest
is al niet meer wat het geweest is
en zal er niet meer zijn
op een gegeven moment
een onwelkom geschenk
dat je liever nooit uitpakt
maar zo ja, dan niet alleen
liever niet alleen.