Ogenschijnlijk, onwaarschijnlijk
droog ligt het land
aan mijn voortschrijdende voeten
houd ik mijn tranen binnen
en mijn adem in
hartklop voor hartklop
Zand en steen vergezellen me op
weg naar een volgende oase
waar ik voor even mijn dorst mag
lessen voordat ik het groen weer achter
laat en ik weet wel, te laat
dat dit het land is van mijn dromen
gewrocht van eigen vlees en bloed
en hersenspinsel, getekend zicht. Wellicht
ga ik beter blind en op de tast
dat ik dan een hand kan geven
en mijn hart
dat ik jullie stemmen hoor
misschien zelfs van jouw mond proef
waar het gras dan altijd groen is.
Matrix
Onderweg
Nee, niet daaronder, begraven onder
asfalt of beton, of onder klinkers van de straat
En als ik omzie, dan keer ik niet weerom
al sta ik stil terwijl ik voortga
of ga ik voort terwijl ik stil sta
– de tijd mag het weten
De horizon lonkt niet
De grond lijkt nog vast onder mijn voeten
In de ochtend mag ik vogels horen
’s avonds zwaluwen zien scheren boven het watervlak
Door mijn verrekijker zie ik alleen maar zwart
het zwart van de doppen voor het glas
Ik haal die er niet af
tracht mijn ogen maar uit te kijken
als ik niet slaapwandel
en het leven droom.
Geen punt
Waar nog geen woorden
waar nog geen streek is gezet
geen begin van een beeld
is er wat er is
geen chaos, geen leegte
noch ruimte, noch vrijheid
en daar heb je het maar
mee te doen
en dan maken we maar woorden
– van geloof, religie, politiek
van liefde en begeerte –
beelden en muziek
geuren
Kunnen we eigenlijk wel zonder kleuren?
Dubbeldebubbel
Kom dichtbij
Of nee, toch maar liever niet
Kom, laten we een terrasje pakken
Of nee, toch maar liever
waar rust is
elkaar ontmoeten
en dan ook maar meteen
met huid en haar elkaar
nog net niet
opvreten
dat het een lieve lust is
Of nee, toch maar liever niet.
Nou moe
Als het steeds maar alleen
volhouden is, of dat nu is
aan de oppervlakte, of dat dat
de bodem is waarin dat wortelt
wat vrucht draagt
– als het al tot bloei komt –
als het idee is dat het allemaal
wel goed komt
in ieder geval
bij het slotakkoord
als de bodem niet gevoed wordt
licht, water, warmte in het niet
vallen bij opgezette stekels
bij een huid van leer
als het hart van hout versteent
da’s nait te best .
#pizzaenwijn #morgenweereendag #overdrijvenisookeenkunst
Handkus
Als de rivier dan droog valt
kan ik dan wel oversteken
naar de overkant? Of rest
dan alleen een vlakte
en was dat leven altijd al een brug te ver?
Zonder glas zie ik zo scherp niet
Wazig zou ik voortgaan
Wellicht is dat wat mij past
Net genoeg heb ik wel weet
van wat ons beweegt
– zo verwant ben ik wel aan jou –
net genoeg om teveel te zijn
en maar te blijven schipperen
aan de oever en de kust.
Zonnige dag
Oh, een dwarrelend blaadje in de wind
Of, of is het toch een vlinder?
Ja, het is een vlinder; prachtig
Toch zijn die vlinder en ik gelijk
dwarrelende blaadjes in de wind
al dwarrelen we niet gelijk
en vlinder ik toch heel anders
met mijn eigenste hoofd
op mijn eigen benen
min of meer.
Vakantie
Reizen deed je als sloeber
maar als soldaat
of als dagloner of als matroos
overal waar werk was
om te kunnen eten
Wie geld genoeg had
ja, die kon voor avontuur of ontwikkeling
landen verkennen of zelfs de hele wijde wereld
vol witte plekken nog voor de witten
– terra incognita –
zelf vreemde duivels voor hen die daar leefden
Nu lijkt het wel de gewoonste zaak van de wereld
om overal ter wereld heen te gaan
bevestigd door een niet aflatende stroom
woorden en berichten, filmpjes en foto’s
die men steeds weer van elkaar ziet
van overal en van nergens
En de wereld is ook mooi
óók mooi, al wordt die allengs kleiner.
Ga op vakantie, zolang het nog kan
Misschien wordt reizen wel weer heel bijzonder
meer zelfs dan het was een eeuw of wat geleden.

Langs de rand
Een cliché is het, zo’n voetstap op het strand
aan de vloedlijn, of meerdere
van volwassen grootte en ernaast
van die kleintjes van een kind
als ik erachteraan loop
voor de vloed
op enig moment
in mijn leven
verstild op kleine voet.
De vuurtoren werpt zijn licht
over mij heen en over alles wat zoal
verder nog is te vinden, uiteenlopend
van scheermessen, blaaswier tot een sandaal
van kwallen, een ton, touw, tot een geraamte
waar ik langzaamaan een voorbeeld neem
aan de dribbelende vogels met niets anders
dan leven tot de laatste slag.


