Vrijuit

Spreken is zilver. Zwijgen is goud
En roeptoeteren is lood om oud ijzer
En woorden uit haat en nijd luchten
lucht je opgeblazen hoofd op
en maakt harten koud

Laat mij maar ademen
in en uit, dat ik kan leven
en spreken en zwijgen kan
naar hartelust.

Heilbot

Al ben je niet voor één gat te vangen
als je er dan geen heil in ziet
geen been ook, noch brood
in ziet en geen gat ook
dan vang je bot
dat zwaar als een steen op de maag ligt.

Vooralsnog

Het is niet goed
houd ik in mijn achterhoofd
als ik nog ’s een stap zet
nog ’s verder op de ingeslagen
weg voortga en de bloesem van nu
me bedwelmt en ik vergeet
zowel gisteren als het hele verleden
daarvoor en dat er een morgen
aanbreekt, die van geen betekenis is
– morgen: een moment of een eeuwigheid
in de toekomst gelegen
waarvan het bestaan zich nog moet bewijzen –
Maar ik vergeet met reden
Ik weet geen uitweg uit dit heden.

Misschien, als ik me een spiegel voorhoud
zie ik iets in de hoeken, in de gaten
weet ik mijn spiegel-
beeld te verlaten ?

 

Oostenrijk en omstreken

Voor mijn voeten vliegt een grijze
muis, nee, een vlinder, natuurlijk
weg en ergens in mij vlieg ik mee
weg, weg van het gebaande pad
al houdt ook daar het leven huis
terwijl ik mijn ene bergschoen voor
de andere zet, al is het land plat
– die zitten me als gegoten
en misschien loop ik zo nog eens
een eind heen.

Kaboem

Zomaar voorbij
zo kan het zijn
zolang het niet voorbij is
en je nog de wereld ontmoet:
een glimlach, een blik, een woord
een lichtval, verstilde nacht bij maanlicht
een gierende storm en bliksem
– die je niet treft dan –
een merel, een kikker als de tijd daar is
en kinderen
al spelen ze niet met met hoepels
en is ook hinkelen uit de tijd
– elastieken ?
Niks weegt zwaar
als het op het laatst maar licht is.

Doorsteek

Plots kwam ik dat tussendoorpad tegen
en sloeg ik temidden van het stadgedruis
af en liep ik een eiland op van rust, over
de kleine brug over het achterafwater
achterlangs het lommerrijk, het verscholen
buurtje gelegen aan de Hereweg
Het moet er heerlijk zijn, zelfs in de volle hitte
als het zomer is, al is het maar
een minuut of twee, drie in het voorbijgaan.

Vanonder de dekens van weleer

“Wil je eens langs de afgrond scheren?”
vroeg Jonathan Livingston zeemeeuw
Loop er dan niet, daar op de grens
maar laat je gaan en vallen
Er is geen bodem
Je hebt een eeuwigheid de tijd
om je vleugels te ontdekken
om te ontdekken hoe de lucht
je de lucht kan geven

[Kus het leven]

Vissen

Opa hield van vissen
Ik niet zo
Zelfs al ving ik wel ’s wat
als ik terug kwam met oma
van een ijsje kopen even verderop
– in een park in Buitenveldert, Amsterdam –
en ik bleek dan opeens beet te hebben
zo’n glibberig zilverig wezen aan de haak:
het mocht me niet bekoren
Maar opa kon nooit fout doen.

Geharnast

Daar ga je dan, daar ben je
voor iedereen te kijk
Je wapent je al bij voorbaat
zodat zwaardslagen afketsen
en pijlen van je afvallen
Niemand die je ziet.

Barsten

Vermoeid stuurt mijn hoofd
mijn gedachten her en der
heen, voor zover het
nog tot zover komt.

Ondertussen neemt mijn hart
– vader en moeder van
mijn verlangen en mijn tranen –
de gelegenheid te baat
en wurmt zich, ontworstelend
aan het toom van mijn denken,
naar boven en vraagt
en vraagt en vraagt

vraagt los te gaan
met de golven mee .