Wat kan ermee door
op deze blauwe aardkloot?
Verstand gaat teloor.
Jochie in zwart
Een jaar of dertien, vanochtend
voor me fietsend voor schooltijd:
Zag ik dat nou goed? (Ja) Een sigaret
afwisselend in zijn mond, in zijn hand
achteloos en terloops. Natuurlijk dat
alsof het de normaalste zaak van de wereld is
Zag een toekomst voor hem weggelegd
– in een flits –
in een patserauto en zo meer
terwijl ik hoop op een leven
de buitenkant voorbij.
Ergens?
Op laatste benen
– droegen me altoos zover
Kan ik ze lenen?

Leuk is anders
Leuk is anders
en geluk, dat is maar hoe je het opvat:
als dat ene moment
– verwaarloosbaar haast, zo kort, zij het intens –
dat het klaar is
(om niet te zeggen gekomen)
of als wat basaal ten grondslag ligt
aan al je doen en laten
al lukt het soms niet
Met dat korte is het snel afrekenen
Dat andere: een samenvatting
van wat wezenlijk is
en je schraagt.
Dat was nog eens [Schoorl]
Niet heel ver van de zee
voorbij de duinen waar ik
mijn vliegtuigje katapulteerde
in het vakantiepark
dat weet ik niet hoe groot was
zoals het bos dat we betraden
waar we verdwaalden
en het onweer verontrustte
en ik aandrong als grote kleuter
op toch maar eens die andere weg
na de tweede passage, of de derde
die ons inderdaad weer veilig thuis bracht
naar ons houten huisje in het vakantiepark bij Schoorl.
Voorbij altoos [Amsterdams peil]
Altijd leefde ik zomaar ergens
Ik wou dat ik kon leven in mijzelf
De lucht is blauw. De lucht is zwart
Soms istie grijs en de zon kan branden
Het zand aan de zee is onderhevig
aan de wind, aan de zee
Mijn opa was een baken
te lang geleden
in Amsterdam.
Vanzelf
Mijn handen neem ik
voor vanzelfsprekend
voor zolang als het duurt
al laat de omloop van mijn bloed
mijn vingers tintelen
evenals – vanzelfsprekend – als
ik aan je denk en met name
je huid, je mond, je ogen
niet in de laatste plaats
en je lach en je tanden
als ik aan je denk
en je zo beroer
dat je ogen, je huid en mond
samenzweren tot dat moment van vergetelheid.
Overvloedig
Langs de eblijn
zover als mogelijk van het land
durf ik amper een voet te zetten
Alleen uitgekiend
treed ik het vergankelijke tegemoet
– of ik moet er niet bij stil staan –
en verder kom ik niet dan de vloed reikt.
Eenvoud
Je bent het niet gewoon, hè
zo in levende lijve
en dan gewoon maar wat
praten en aftasten en de wereld laten
voor wat het is, alleen maar
met z’n tweeën?
Er was misschien eens
een tijd en een jongen
– van ouder durf ik niet eens te spreken –
die nog zonder hoofd
het moment kon pakken
met een woord
en zelfs nog een kus of wat
Gelukkig tellen de jaren
niet in alle opzichten.
Wonderkruis
Horloge tikt
Heelal draait
Ik begrijp geen snars
En dan zie ik ook nog beren
Almaar in mijn melkweg
Kan ik niet anders dan suikerbrood smeren
Al houd ik ook van de beet van een zure appel
En is het allemaal zonde
En dat zonder dat Eva mijn pad kruiste.

