Ook mij is een leven beschoren
zolang ik me niet wegscheer
ben ik niet verloren
En al schuim ik niet de straten af
liggen mijn wilde haren al in ’t graf
mijn dagelijks doen en laten
geven me mijn natje en mijn droogje
Het is straf:
het mag bekoren.
Ook mij is een leven beschoren
zolang ik me niet wegscheer
ben ik niet verloren
En al schuim ik niet de straten af
liggen mijn wilde haren al in ’t graf
mijn dagelijks doen en laten
geven me mijn natje en mijn droogje
Het is straf:
het mag bekoren.
Eén van de zovelen
van de aarde verdwenen
en nergens meer
En nergens anders
dan op aarde in herinnering
niet tastbaar meer, niet hoorbaar
onzichtbaar, anders dan in beelden
Wie weg is, was gezien.
Geen vader die ’t bezigde
en geen moeder ook
dat “’t is een bijzonder kind, en dat is ie”
Niet dat ik ook maar bij Dik in de buurt kwam
qua kattekwaad, of in die van Pietje Bel
Een magere trom, en dat ben ik
(goed luisteren om te horen)
Heel even
zonder nadenken
woorden komen
en gaan
wat ik wil zeggen
is dat de zee
aan de branding
altoos maar een lijn vormt
al is het vloeibaar
Wil je nog wat zeggen?
zeg je dan soms
tegen jezelf
Heb je nog wat
op je lever?
Klopt het nog wel zo’n beetje?
Je leven? Je hart?