Het licht mag wel gedempt
ook de stemmen die van ver komen
op de achtergrond
zoals vroeger klonk uit de huiskamer
toen ik in de logeerkamer lag
van opa en oma naast het grote bed
en ik me nog zomaar over gaf.
–
Het licht mag wel gedempt
ook de stemmen die van ver komen
op de achtergrond
zoals vroeger klonk uit de huiskamer
toen ik in de logeerkamer lag
van opa en oma naast het grote bed
en ik me nog zomaar over gaf.
–
Met enige regelmaat word ik getroffen
in het voorbij gaan op de fiets
door een triest gezicht, van een jonge vrouw
meestal, soms gewoon van iemand
– maar ja in zo’n studentenstad en ik
doe er wat dat betreft het zwijgen toe –
dan hoop ik des te meer op licht.
–
Aan de rand van de zelfkant
krijg ik nog een glimp van je mee
ik draai me om
totdat we oog in oog staan
onze vingertoppen in elkaars bereik.
–
In het donker is het enige licht
wat ik zelf nog bedenk
Des te meer steekt het af
al het geroezemoes achter gelaten
hoe ik aankijk tegen de wereld
komt des te harder aan
sla ik een brug naar mijzelf
met woorden die beklijven
als ik het zwart-op-wit durf te zetten
zonder dubbelzinnigheid tussen de regels.
–
Het is te gek voor woorden
als het nergens op slaat
op het eerste gezicht
maar het ergens wel
wat mee te maken heeft
dat het hart sneller doet kloppen
dat je hondsmoe vreugdevol zweeft
dat je steeds haar naam in gedachten houdt
Ik doe er maar beter het zwijgen toe.
–
In de verte hoorde ik de wind
door mijn halfslaap heen
in mijn droom was ik niet steen
het is hard waar ik me nu bevind
nu het daglicht aan mijn denken likt
doe ik zonder dralen wat is beschikt.
–
En dan ben ik zacht
met een hart dat niet anders klopt
maar dat open staat in de nacht
harde botten die steun willen geven
aan meer dan mijzelf
een mond die stil is
ontvankelijk voor andere lippen
handen die klaar liggen
om te strelen, warm en onverbiddelijk
als zij dat vraagt.
Er zijn er die wat hebben geparkeerd
anderen rijden in volle vaart
en ook wel door rood
Zelf scheur ik ook wel eens
een stuk papier doormidden.
–
Toen leek er geen beweging anders
dan alles wat van mij af gleed
tot ik genoeg verloren had
en los kwam van de bodem
op mijn rug zag ik licht en donker
hoorde ik roepen van de kant.
–
Ik zag blauw in de gaten
van de bewolking en kastanjes
bij bosjes vallen uit de bomen
Het ontbrak mij niet aan goede zin.
–