Aangestoken

Ruik ik de open haard in je haren
het vuur van binnen smeulend
de rook om ons heen
vol vonken in de lucht
de vlinders met tere vleugelslagen
het licht uiteen doen spatten
waar een regenboog bij verbleekt
Alles vanwege een enkele kus.

 
 
 

Woordeloos

De letters dansen
en ik wil wel mee
verdwijnen uit het zicht daarheen
waar we elkaar verstaan
zonder meer en niet meer
van node dan onze warmte
die in elkaar overvloeit
en van tweeën één maakt.

 
 
 

Even gelijk

Gelijk op ademen
in de ogen kijken
ogen sluiten, op de tast
niets dan naakte huid
en haar, de wereld zo klein
als ons beiden, zo hoog
opgetild als onze zinnen
ons meevoeren, rust
vinden in elkaar.

 

 
 
 

Innig verlangen

Ik weet niet meer welke woorden
en ook de muziek schiet tekort
alleen het luchtruim zit in de weg
want anders zou ik het wel weten

37 graden of net even meer
lichaamswarmte die doet gloeien
zweet op de huid spreekt van
lust tot leven, verlangen te ontsnappen

aan de tijd, te vergeten
hoe we gebonden zijn aan leedwezen.

 

 
 
 

In het verschiet

De wolken pakken zich samen en steeds
donkerder de lucht, haast ik me
in een verloren strijd, deze ronde
geef ik me net zo goed gewonnen

IJskoud valt de regen
doorweekt tot op de  huid
ril ik aan één stuk door
en thuis
dat is nog zover weg.

 

 
 
 

Ambachtsman

Nee, geen slager
hij ontbloot wat besloten
in het geheim van wat groeit
hij schaaft en streelt
tot het licht spiegelt in de glans
van noeste arbeid
hij meet en past tot alles klopt
de hoeken en de rondingen
verlokken tot een kus
alleen het weer werkt
en laat het kreunen.

 

 
 
 

De koude voorbij

De koude is nog niets
De dood is kouder
Hete tranen op wangen

Ik wacht nog even
een poos
een veer te laten
en vlieg ik
zolang het leven mij vleugels geeft.