Je-dat

Waarom zou je zeggen
dat je denkt aan hem, aan haar

als je ’t ook kon maken
dat ene kleine gebaar
zij het in woorden
zij het met een blik
of een aanraking die meer zegt
dan die woorden die ook wel gemeend
maar luidkeels spreken van machteloosheid

om te zeggen
dat je niet veel anders bent.

 
 
 

Aangestoken

Wat mooi is,
om je aan vast te klampen
om je te laten optillen
om op wolken gedragen
door je tranen heen te lachen
en je eigen vaste grond te scheppen
waar we samen kunnen dansen.

 
 
 

Gestrand

Het zand stuift en trekt
zich nergens wat van aan
het kruipt
overal tussen je kleren
in je koffie en het brood
elke hap knerst
doet een aanslag op het glazuur
van je tanden en kiezen
maar godverdomme wat een leven.

 
 
 

Over lijden

Helemaal alleen
in huis, op een eiland
Zo zijn wij ook
uiteindelijk, op ’t laatst
als het verstand het af laat weten
moge het dan zijn
met een gevoel van vertrouwen
met een gevoel van aanvaarden
dat het niet goed is misschien
maar ook niet verkeerd.

 
 
 

Overleden

Ook jij bleek al niet eindeloos
en welk lijden, jij leefde meer
Laten wij daarom één nog
op het leven drinken
bij 26 graden en een strak blauwe lucht
Dat had jij vast graag gemogen.

–
I.M. Bert Bekkers, Schiermonnikoog

 
 
 

In stilte

In stilte komt het binnen
het zachte geluid, het kleine
gebaar, dat werd ondergesneeuwd

met het grootste gemak veelzeggend
op het klankbord van de stilte

en soms, soms is er niets sprekenders
dan twee paar ogen
de vederlichte aanraking
de warmte van elkaar.

 
 
 

Eenstemmig

De smaak van verdriet
vult als droge beschuit mijn mond
het beleg achterwege, ongegrond
verlangen naar een meerstemmig lied

Drink ik het water
dat ik eerder in tranen vergoot
neerwaarts ophoudt in kleine dood
opwaarts komt wel later

Nu de melodie berust in unisono

 
 
 

Daarbij

In gedachten streel ik je daar
In gedachten kus ik je daar
waar het verlangen spreekt
zo te strelen, te kussen
de zinnen overlopen

Het bij dromen blijft
Ze hebben niets om het lijf.

 
 
 

Droomvlucht

De nacht draait, het donker
valt zwaar, ik weet niet
hoe ver de sterren staan
hoe ver de zon die uit het zicht
is verdwenen op dit uur
van de waarheid wordt
geen spaan heel gelaten
van de droom, de boom
vindt in de grond zijn houvast
het water waar hij naar dorst.