Voor de gek; rust

Alsof je je hand in de mijne legt
Alsof we elkaar de hand geven
Alsof ik niet alleen
lig in bed met jou die ik nooit
in levende lijve mocht ontmoeten
hoogstens in gedachten
kan ik een wereld aan.

Wie weet

Als ik nou ’s een dag eerder
was geboren
of zelfs maar een seconde vroeger
of een seconde later
dan zou ik zomaar niet
dezelfde zijn als ik nu ben
– voor ’t zelfde geld, of juist andere inleg –
Beter? Slechter? Van ’t zelfde laken een pak?
Dat laat zich allemaal raden.

Eén

Diegene was er
en toen niet meer
En nu ben ik bang
dat jij ook nog weg gaat
Nu ben ik bang
dat ook jij me loslaat
als ik je mijn hand geef
en je me jou niet meer laat voelen
of me met een smak
achter laat waar dan niks tot bloei komt.

sH([9+3V6SU{P”HjP_t2!OpF+wX}[p69V

Tegen welke kosten
kraak je mijn wachtwoord
mijn alles en mijzelf bovendien?

Hoe lang nog
voordat in een oogwenk kan
wat eertijds – toen men nog sprak
van ‘eertijds’ – godsonmogelijk was
binnen de tijdspanne van de aarde
of van zelfs het heelal
om van energie en geld of bitcoin niet te spreken?

Zou het opwegen, de moeite
of de geringe inspanning straks
tegen het gegeven
dat ik ook zo bemiddeld niet ben
noch interessant
door de bank genomen.

Blijkbaar

Het lag buiten, verloren
in weer en wind, te wachten
op de toevallige passant

Binnen zag ik opeens
bij het wisselende licht van de dag
dat ik een hartje opgelopen had

goed voor een glinsterend gemoed
in een oogwenk, om op te rapen
als ware het voorbestemd
wat is van voorbijgaande aard.

Ouderdom voorbij

Over zo’n 22 jaar ben ik zo oud
als mijn ouders nu
zo’n 79 dus en naar
het zich laat aanzien nu
een twaalf jaar A(a) O(o) W(ee) gerechtigd
en ik heb geen flauw idee
wat mij dan begeestert

Misschien hoef ik dan nog niet
weer in luiers; dan nog niet
Maar als ik niet meer weet
wat een warm woord mij doet
of een warm gebaar
laat mij dan maar
gaan.

Net aan

Wat liep ik daar
op wandelvakantie in de Picos de Europa
een groepsreis, met groepsleiders, maar
daarboven: ik vond het pad dat ze namen
wat te saai; nieuwsgierig naar het zicht
in de vallei beneden ging ik onderlangs
een route die me mooier leek, verleidelijker
– van het zogezegde gebaande pad af –

Wat was ik blij dat de helling
zo ruw bleek als schuurpapier
en ik me heelhuids weer kon voegen
een bijna-ongeluk wijzer

[Maar wie zichzelf noot overschat
legt die dan ooit een lat? ]

Vooruit met de geit, niet miereneuken

Het is wat plat
en niet gedaan:
je bent als de maan
zo mooi als de zon zowat

Op z’n tijd een opsteker:
wie maakt dat niet beter?

Mischien hangt het wel af
van wat men heeft om te beginnen
als inborst en of men bij zinnen
is en niet bij voorbaat al te straf

Rechtlijnigheid gaat maar tot zover
Dus: vat dit niet als een haarklover.

Ach, Marlies

De 1ste klas van de lagere school deed ik nog een keer
Toen kon ik daarna natuurlijk best goed voe’bal’n
– een jaar ouder en zo –

Normaal gesproken had ik dan op de middelbare gezwijmeld
van de schoonheid van een klas hoger
maar dat werd dus, voor een korte tijd, die wel een eeuwigheid
leek – en dus nog ruim 30 jaar later in ’t geheugen beklijft –
de Marlies van ten minste twee klassen hoger
de zus van haar broer uit Uithuizen
waarvandaan we met de boemeltrein spoorden noar Stad
op naar het Willem Lodewijk, dat gym met een vernis
van christelijkheid en beschaving

al is vernis de natuurlijke lijkwade van elke school,
met name van de middelbare.

Westen – zoals de wind waait [het kan verkeren]

Op aarde kwam ik hier
in het Westen, het rijke

De oorlogen hier te lande
waren voorbij, alleen ver weg
rommelde het in de marge

En ik mocht achtereenvolgens
baby zijn, peuter, kleuter
jongen, meisje
een puber
en al die jaren,
mijn jaren van onvolwassenheid
hoefde ik me echt niet het schompes
te werken, niet in een fabriek
en ook niet op het land
nee, ik kreeg zelfs speelgoed
zo uit een winkel
en ik hoefde me het niet te verbeelden
dat goed
– al stak juist daardoor elke strafheid nog meer af –

Vanzelfsprekend komt mij alles toe
Geef me! Geef mij! Het is mijn recht!
Het leven: een geschenk, een vloek?
Ouwerwets geleuter, aldus de peuter.