Ellende

Best wel een mooi woord
‘Jammer’ eveneens
Enzovoort
En dat je niet meer niet méér
kan voelen dan jezelf
en óp bent
en bij gebrek aan wereld
kun je niet eens meer zeggen
dat die je koud laat
waar warm en koud je niets meer zeggen
buiten een lotgenoot of wat
maar misschien zijn ook daar teveel van.

Buurt

Het is allemaal niet ver:
het ziekenhuis, de flat voor ouderen
– ik woon natabene even verderop
in wat eerder ook die bestemming had
en nog steeds zal de gemiddelde leeftijd wel
ruim boven de vijftig liggen in mijn complex –
en óók in de buurt een oord om te herstellen
voor wie nog hoop is na het ziekehuis.
Zelf hoop ik er nooit te hoeven komen.

Het is goed toeven hier – netjes ook –
aan deze kant van stad
zo aan de rand, de zuidkant
al trekt het noorden
waar je verder kunt kijken
ongehinderd naar een niet geblokte horizon.

Voetstoots

Ben veel te simpel
Ben veel te ingewikkeld
Maar alllicht laat ik dat beter aan jou
En blijf ik gewoon wie ik ben
En doe ik wat ik doe zonder over mijzelf
te gaan en en passant me voorbij te gaan
Al met al heb ik toch maar twee voeten
om stappen te zetten in het zand
en waar dan ook.

Getuigschrift

wacht het water
wacht het vuur
de aarde en de lucht

Een raadsel blijft het
hoe ik dan hier toen
ter wereld kwam
en ik mijzelf ook uitvond
al ging dat onvermijdelijk

En toen bleef ik ook nog eens
– al was dat nooit gegeven –
voor zolang en voor nu

Misschien ben ik weg als jij dit leest
Misschien ook nog niet
Zoveel verschillen we niet sowieso

Enig

Gelukkig was mijn ma altijd daar
de enige voor mij, waar
mijn ene pa een naam was
een andere eigenlijk mijn opa was
en de derde: daarvan weet ik niet beter

Al met al doe ik dan hier voornaam
en laat ik de achternaam achterwege

Al met al ben ik mijn stamboom niet
al draag ik al met mij mee
die mijn voorzaten zijn
ook al die ik niet ken
om van alles wat om mij heen was niet te spreken.

Vergane glorie

Mocht het zover komen
ik beloof je: ik zal niet langs het water
gaan. Op weg naar huis zal ik niet dwalen
Al viel ik wel eens, ik beloof
dat ik me wel weer zal rechten
min of meer en daags nadien
zo zal je zien
zal het in de vergetelheid geraken
uitgezonderd een oprisping bij tijd en wijle
maar dan is iedereen allang gevlogen
en zijnsweegs, de Korreweg voorbij.

Een koekje van eigen deeg

Zou ik mijzelf
nog mogen uitvinden?
Opnieuw? Dat is al helemaal
niet aan de orde

Anderzijds vind ik vanzelf altijd wel wat
onafgebroken glijdend door de tijd
zogezegd

Die opgetrokken muren
zijn net zozeer mij als de angst die ze omgorden

Ik brak wel eens uit
maar ja, dan blijven ze staan
en van gaten maken word je steeds moeier
Misschien is mededogen voor die stenen
en waar ze voor staan
oplossend?

Hemels

Ach, laat mij dansen
maar niet té
niet teveel bewegen
maar wiegen, met ogen dicht
dat ik wordt gedragen
dat we samen hartzeer laten varen
en verkeren in golven zelf
van water en vuur, van lucht, van aarde.

Meerzicht

Aan de overkant
– van het meer –
liggen de lichtjes
het restant van overdag
van het vertier
van ’t restaurant
de parkeerplaats zo goed als leeg
– misschien wel helemaal

Ik heb geen rijbewijs en bovendien
bovenal geen lief
om welk terras dan ook te delen
of dit uitzicht.

De geboorte van enig ik

Wanneer, wanneer
werd ik ?

Toch niet toen, toen
anderen, vooral mijn moeder
en mijn vader
dat baby’tje benoemden
en niet anders konden
dan het als nieuw mens
al was het nog maar klein

Was het misschien
pas toen het met enig woordje
werd geboren
en als ik dan verder door het leven ging?