Wat zal ik zeggen?

Zoveel vragen die jij kunt stellen
Zoveel andere ook weer
door weer anderen
door deze en gene

En dan zal ik antwoord geven. Of niet
Of met humor, of slechte humor
Misschien wel absurdistisch ten top
en dat jij dan denkt
dat het wel overdenkenswaardig is

Maar ook zonder vraag
wil ik wel ’s wat zeggen
hetgeen nooit te bewijzen was
maar bij deze wel blijkt

Stilte spreekt dan weer meer
als het gepaard gaat
met oogopslag, ogenblikken
met een gebaar, een kort aanraken
met een contact waarbij de warmte
zich laat voelen

Je hoeft geen punt te zetten
Laat een open einde eindeloos zijn
misschien wel zonder weerga
en je mondt vanzelf wel uit

Vanzelfsprekend

Het komt allemaal voorbij
Zoveel inspiratie en inademen
moet je toch, al zit er niks
anders op dan even goed
uit te ademen, bij leven

gaat het allemaal voorbij
of je nou verlamd bent of
volop in het leven staat, des-
noods rent en springt en danst
dat het een lieve lust is

al is dat allemaal geen gegeven.

Opeens

Bij gebrek aan mij, aan ik
was is ik nooit in de gelegenheid
te kiezen
hier of daar, in deze of gene tijd
te worden geboren

Toeval is het ook weer niet
zo’n resultaat van een heel web
van gebeurtenissen indertijd, in de tijd
en zelfs zij, die samen kwamen
waardoor ik

ze konden niet bevroeden
wie of dat ik wel niet zou zijn.

In de gaten

In den beginne wilde ik niets
en had niets te willen ook
geperst uit de moederschoot
vrucht van enig samensmelten

Vervolgens had ik ermee te maken
dat ik er wel wat van maken moest
om nog even niet op te lossen
in lucht of aarde

De zin ontging mij altijd al, al
kreeg ik steeds meer woorden
tot mijn beschikking en ontging
enige zin voor schoonheid mij niet

Geen idee hoe lang
daarop voort te borduren
met alle haken en ogen vandien
al valt door de gaten nog steeds licht.

Handreiking [ herdenking 4 mei ]

Woorden schieten te kort
Stilte. Die spreekt niet voor zich
Die spreekt, maar niet vanzelf
Moge stilte niet stom worden
Moge woorden blijven gesproken
Mogen ze blijven worden verstaan
zowel stilte als woorden.

Gewis

Wist je dan niet, Job
dat je elk moment anders
had kunnen kiezen, anders
had kunnen doen en je leven
een andere wending had
kunnen geven

Dat idee, mijn beste
is me niet vreemd
Zelfs zou het waar kunnen zijn
mocht er zoiets zijn
als een ik dat alles even kon pauzeren
alles in ogenschouw nam
voordat het beslissingen nam en dan
handelde naar eigen dunk

Welbeschouwd is dat alles zo
onontkoombaar ogenschijnlijk
zoals een spiegelbeeld je aankijkt
bij de gratie van het beeld

denk ik,
zo de onvermijdelijke woorden
van zich doen spreken.

Zijdelings

Op de bank gezeten
– ben ik nou helemaal van de pot gerukt –
sla ik een arm om je heen

Maar de film is echt
waar jij te wensen over laat
Nu kan ik mijn gedachten
er nog bij houden

Mocht ik jou
daarentegen tegen mij aan
genesteld weten
wist ik me geen raad

Mhoe-oe

Was ik een mug, of een spin
dan had ik meer dan twee poten
en had ik dan een keer geen zin
zo moe en gebrek aan kloten

dan zag ik wel waar de rest mij bracht
Mijn hart, immers, klopte wel voor zes of acht

Was ik een olifant of hond
een neus om van te watertanden
en leek de wereld ’s niet zo bont
omgord bekneld bekende banden

dan rook ik van alles, bij de vleet
kreeg ik alsnog een goede beet.

 

Klokslag

Een paar jaar, meer of minder
is wat iedereen rest
vanaf dat ‘ie is geboren

Edoch
ben je eenmaal daar, waar
de jaren tellen, dat wil zeggen
dat je opmerkt dat deze en gene
die je vertrouwd zijn, het loodje leggen
dan is het eens te meer tijd

– vul maar in –

niet alleen wat de klok slaat
niet met grote woorden, abstract
het leven te omarmen
maar liever toch, nog
wat naast
wat schoon is
en welgedaan

Vereende krachten

Zou je nog een voet
naast me willen zetten?
Me je oor lenen?
Me de hand reiken?
Me aankijken?

Welja, joh
als evenknie en tegenhelft
wil ik toch niets liever,
maar voor dat zien
hebben we wel een spiegel nodig.