Ontstoken

Nog een paar stappen
Dacht ik het niet?
Niet toen ik wel droomde
maar zelfs ’t alfabet mij vreemd was
toen woorden en zinnen
nog niet aan de orde waren
Niet toen de tijd me niet daagde

Later pas
En toen maakte ik het me maar makkelijk
door die oneinidigheid van het nakende einde
maar te plaatsen in bijvoorbeeld
het licht van de zon
en dat al het mijne wel in een oogwenk
geschiedt vergeleken met de tijd
verstreken sinds het verscheiden
van de laatste Australopithecus

Een paar stappen meer
maakt aldus ook niets uit
zolang er wat aan is.

 

Austrolopithecus africanus ‘Mrs Ples’ – https://nl.wikipedia.org/wiki/Australopithecus 

 

Verzuchting

Op de bodem
van het leeg gedronken glas
ligt mijn geest
zo niet mijn ziel
bevrijd van banden van alledag
om uit te vliegen
al is het maar in woorden
op het spreekwoordelijk’ papier

Mega is het allemaal niet
Erboven hangt de vraag
Wanneer is degeen die je ziet
meer zichzelf? Met een stuk in de kraag
of als dat alledaags’ gewoontedier?

Ach, was ik maar ongebroken
uit één stuk

dan wist ik het allicht
nog steeds niet allemaal
maar klopte mijn hart
met vereende kracht

In de stroom

Het was niet lang geleden
en nog steeds niet
dat ik ter wereld kwam

Onder de douche klok ik de tijd
aan de hand van een zandloper
– die houdt bij vijf minuten op –
al houd ik me er niet altijd
even stipt aan

Mijn tijd loopt in een oogwenk
zeker naarmate de tientallen jaren
om van eeuwen niet te spreken
zich onvermurwbaar ontvouwen.

Zichtzag

Op een voetstuk
waar ik niet op ben gezet
waar ik loop op plat getreden paden
kijk ik het nog maar ’s aan
en zie ik in het verschiet
niet veel anders
dan de grote dooddoener
de gelijkmaker
van ook dit niemandalletje
waar het genoegen
geheel mijnerzijds is.

Borstig spel

Twee roodborstjes dansten
om elkaar en met elkaar
op de grond
Dood blad stoof op
voordat ze voor mijn nadering
elk een kant opvlogen
– daar in het Sterrebos –
en ik maar met de vraag bleef
of het toch zo zijn mag
dat ze elkaar nog zullen mogen.

Verval, voltooid

Er was eens
een dag om niet te vergeten
een hele vakantie
een geboorte, schooltijden
een eerste liefde en nog zowat
waarvan er één een heuse draak was
om snel te vergeten, maar
ergens altijd in ’t geheugen
bleef en nu pas wegzakt maar
zich nog steeds doet gelden
in onbegrepen woorden en gebaren
– en het is heus niet allemaal naar
wat de klok slaat –
die laatste jaren
weer onbeholpen, zorg behoevend
als een baby, maar
door een heel leven getekend .

In memoriam in spe

Gisteren op mijn aanrecht
zat een witte kleine vlinder
– echt waar –
totaal onverwacht, ongedacht
Ik besefte haar (zijn?) aard pas
toen ik ‘r bij de vleugels greep
Wat daarmee aan te vangen in de winter?

Wat voor denken, gedachten
zou die eertijds verpopte rups hebben
en wat voor verlangens enzovoort?
Hoezeer ben ik zelf zo’n vlinder?

Levend wezen. Jazeker
Moest ik bloemen kopen vol nectar?
dat ik haar een lot gunde
dat haar niet beschoren was
en dan ook nog heel alleen

Direct doden is ook zowat
want zo levend
zozeer als mijzelf
hoe verschillend ook

En zozeer als ik dan leef
leeft ze dan toch vast anders
heel anders
en ik hoopte maar
dat de vrieskou buiten
(al was en is het uit de wind)
een zachte dood zou brengen

Of toch een wonder?
Zojuist nog leek ze haar vleugels
– ff checke –
een slag te bewegen
maar het kon ook een windvlaag zijn
{misschien heeft ze wel antivries?]

Wee niet je gebeente

Ik zal voorbij gaan
– over en uit –
één van de weinigen
(maar toch nog veel in absolute zin)
waar niemand een traan over zal laten
aan wie na een tiental, vijftigtal jaren
geen herinnering meer beklijft
zonder nageslacht
met verre familie die echt wel heel ver is
– anders dan in verdwaalde woorden
misschien op het “net” of hoe dat ook bestaat dan

Maar hé, Napoleon, of een Gandhi, of een Jezus
ook zij zijn er niet meer en het zal hun
allemaal worst wezen en zelfs dat dus niet
bij ontstentenis van leven

En dan is er ook nog dat gegeven
dat na een seconde al
niemand adem hapt na verscheiden
en na een eeuw of wat
alleen van de meest bekenden
het gefabriceerde beeld nog voortleeft
– meer of vooral minder –
al zou die zich daarvan omdraaien in ’t graf.

Laveren

Als ik nu eens mijn wereld
klein maak, zo klein
dat ik verhoudingsgewijs
weer groot ben, zo groot
dat ik ‘r aankan
zolang ik niet vol geraakt
word en met stappen
nog vooruit kan
met een beetje wind
schipperend met volwassenheid.