Roltrapconversatie op Valentijn

Zo spontaan is zij wel
– en weet ik veel hoeveel jaren jonger –
dat ze me in het voorbijgaan vroeg
hoe het dan wel ging
deze dag van Valentijn met mijn vrouwke
terwijl ik allejezus al mijn hele leven
allenig daar doorheen ga

En of ik dat dan niet erg vond?
– toen dat misverstand was opgehelderd –
“Ach nee, dat gaat wel”
– Zo hoef ik immers alleen maar rekening
te houden met mijzelf, zonder haar
wie dat dan ook mag zijn
( schoot in een oogwenk voorbij, zoiets) –

En of zij dan iets? Met haar vriend?
(Jawel, bij een Van der Valk)
Terwijl ik ook wel ergens
haar wilde omarmen
om niet te zeggen ‘nemen’
– eventjes.

Vooruitzicht

Zo’n honderdenvijftig jaar
– of vijfhonderd voor mijn part
om van onstervelijk niet te spreken –
dat wilde ik wel zondermeer
mits met m’n natje en m’n droogje
en een gezonde nieuwsgierigheid bovendien
maar allengs taant dat verlangen
en weet ik niet meer wanneer ik
niet van geen ophouden meer wil weten.

Inktzwart teknt op wit

En ik ben niet de enige
die liever geniet
van gele bloemetjes als het nog wintert
niet de enige
die liever geniet
van chocola, van kinderspel, volwassenenspel
van schaduwen door zonlicht geworpen
van een klucht, een voorstelling
van alles wat maar
nabij staat, na staat en laat
vergeten
hoezeer wat groot is en ver
dichter en almaar dichter komt
en zeer doet

Liever heb ik het donker van de schaduw
dan het duister buiten enig licht.

Winterakonieten

Vraagteken

Was het een evenwichtsbalk of een koord
waarover ik vandaag de dag passeerde
met onder mij het water van mijn tranen
wachtend op mijn val, een duik
– dat laat zich raden –
mocht het geringe licht me te machtig
worden en ik hield het niet meer droog

Waar is mama, die veiligheid en warmte
zonder ook maar enig benul
van losse schroeven
laat staan van drijfzand.

Beste

Doe mij maar heel even
bijvoorbeeld van nul tot honderd
zonder rijbewijs
dit leven
hier op aarde, met licht en lucht en water
(en al wat dies meer zij)

waaraan geen waarde valt te geven
buiten die tijd en ruimte om
met een beetje hart
dat leeft
met een traan en lach
in een gedeelde oogwenk.

Plots

Geen idee van hoe dat zo kwam:
ik hier, zomaar ter wereld gekomen
– tuurlijk: wat zaad en een eitje
vanwege een neukpartijtje
en dat was dat
en alles wat daaraan vooraf ging
tot aan de geboorte van de tijd en ruimte zelf;
maar dat terzijde –

Geen herinnering aan dat gebeuren
en bij herinneringen blijft het
min of meer en min of meer verhaal gemaakt
bij gebrek aan geheugen aan elke hartklop

En wat dan ook maar daar
in het hoofd en in het hart blijft steken
met pijn, met vreugde, misschien wel zin
laat mij nog een ademtocht
totdat dit over is en uit.

Nagedachtenis

Dag, zeg maar
dag tegen de nacht
als je op de tast
op weg bent naar de volgende stap

als je zover bent
dat elke terugblik ook passé is
en je moet het doen
met wat de verleden tijd je gaf

één ademtocht
en dan nog één
van de zovele
tot je er niet meer bent
behalve dan van wat er van je rest
met name in gedachten.

Por? No!

Sexy dame onder handbereik
op ’t scherm
of achter glas
een kus of zo verder
met opwinding van dien

Het schiet niet op
Het houdt niet over
Precies die afstandige nabijheid
die het hart ongemoeid laat
Het klopt precies

en wacht en wacht en blijft
maar wachten tot ’t overslaat
tot in een oogwenk is beslist
wat in ’t verschiet lag

Praten naar de mond
maakt nog niet dat ’t raakt
Een kippenvellende streling
kruipt niet onder de huid

mocht je elkaar niet
aanzien zonder schroom
en elkaar verslinden met huid en haar
om wedergeboren te worden
en nog steeds elkaar
in de ogen te zien zonder misbaar

met lijfen die in stilte spreken
in geur en kleur
of met een kreunende zucht
de nacht verwelkomen en meer.

Om niet

Straks
– maak je niet ongerust:
als het meezit – of tegen, maar dat
terzijde – dan duurt het nog
even, dat wil zeggen een decade of wat –
ben ik dood
en dan kan het
bij gebrek aan mij
me allemaal geen worst meer schelen
maar zal ik dat genoegen dus ook
niet meer smaken
bij gebrek aan mij

Toch valt er iets te zeggen
in verband met enige voorpret
om als doodgewone mens
iets na te laten tot in de eeuwigheid
of voor een honderd jaar of zo
– een grafsteen, een website op ’t digitale web –
dat ooit iemand er over struikelt
en zich dan verwondert
misschien
en wat zou het een bak zijn
als iemand het doodgewoon
serieus zou nemen
als teken van de tand des tijds.

Baby Job

Geen idee hoe je ter wereld kwam
En zoveel jaren later
heb je haar op je borst
en op plekken waarvan je ook geen weet had
– en kalend anderzijds –

Veel te kort
om het allemaal te bevatten
en om dat leven te vullen
is ook nog zowat

Van die eerste jaren
geen herinnering
om van de buiktijd niet te spreken
van wat later zijn er flarden
– een beeld, een geur, muziekgeluid –
al te gemakkelijk te verwarren met de foto’s
en de verhalen die je kunt maken
daarvan en van wat je is verteld

Wat is er nodig
baby Job
dat je weet
tot in je vezels
dat je er zijn mag
al zou je falen, fouten maken
dat liefde al met al geen sprookje is?