Kort dag

Opa sjouwde nog met kolen
voor de warmte in huis
Zijn oma werkte misschien ook wel
tien of twaalf uur per dag
ook als ze zwanger was

En haar grootmoeder en die dan weer
van haar, daar is het gissen
of ze wel dertig, veertig werden
al dronken ze licht bier als water
vertrouwd met poep en pis en zweet
om niet te spreken van goden, geesten
en wat dies meer zij, eeuwen lang

Zoveel, nee, zo weinig, levens terug
leefden mijn voorzaten
met net wat meer dan apen.

Groene kerst

Dan branden we maar
een witte kaars of wat
De winter is een kat
in de zak met misbaar

In de vrede zit de klad
al voor het zoveelste jaar
Grove woorden, alles waar
Groter, grootst is het je-dat

Zoeken we ons welbevinden
in genoegen naar ons hart
om gebroken gemoed te binden

om zacht te maken wat is verstard
door wat de jaren inden
Leef licht! Leef op! Zo zingt de bard.

Geboerd

Weet je nog
dat je woorden spuide
bij de vleet zelfs
met een woordenschat
van hier tot ginder?

Weet je nog
dat je er nooit om verlegen zat
aan één woord genoeg had
om een verhaal op te dissen
met kop en ook nog met staart?

En je wist verhaal te halen ook
En het legde je geen windeieren
En dat dat je nu van pas komt
nu je met je mond vol tanden staat
al neemt de verzorger je die uit
voor de nacht.

Bezegeling

Het hart klopt maar
door, vooralsnog
en zolang laat ook het denken
het niet afweten
al kleunt het nog zo vreselijk mis
bij tijd en wijle
al leeft het op het laatst
op de sporen van verleden tijd

Ondertussen
is een kus nooit weg
van wie je vertrouwt.

Buitenshuis

Het ligt er maar
een hele wereld aan mijn voeten
een hartklop of wat verwijderd
van thuis
en ik weet niet
wat ’t bracht
of het wat bracht
toen ik mij nog begaf in den vreemde.

En passant

Wee mij. Heel mij.
Heel alleen. Het doet
er lang niet altijd toe.
Als ik vreugde schep
in wat zoal voorbij
komt en ik laat het
toe en tegelijk
voor wat het is
en ik laat het

Maar het mag wel wat meer
en ik zelf een onsje minder
als communicerend vat.

Een wereld

die getekend wordt door reclame

Meer! Meer! Meer!
Dit moet je hebben! En dit!
Ik ben geweldig! Lekkerder bestaat niet!
Goed, beter, best! En goedkoop!
Het is geen geld!
Zo kostbaar vind je het nergens! Uniek!

De littekens laten zich raden
tot onze wereld één open wond is.

Een punt, dat is de clou

Wist je het dan niet?
Wat het zou worden, als je
niet wist wat je wilde?

Een dood punt? Ja, dat kon ik
wel bedenken. Bij gebrek aan
hoop, vertrouwen en geloof
en misschien wel liefde ook

wist ik echter niet beter
dan uit armoede bij de dag
te leven, een soort van
kan je zeggen, om niet te zeggen:
overleven tot de toekomst
een tijd dat niet alleen
het hoofd vrij is in zijn denken
maar ook het hart vrijuit kan kloppen

en de mond volmondig zeggen kan:
het leven is niet vergeefs

Van oude dingen die voorbij gaan

Nooit dacht ik echt
dat ik wel
honderdéénenvijftig
of voor hetzelfde geld wel
honderddrieëntwintig jaar
zou worden; hoewel
uitgesloten is het niet
– niet tot de dag daar is –
en ik was nog wel nieuwsgierig
hoe het de wereld
en zo
zou vergaan
en voor mijn part zou ik daarvoor
wakker blijven tot St. Juttemis

Tegenwoordig ben ik wat huiverig
hoe misschien wel de wereld vergaat
– die van de mens
en wat al niet in diens kielzog –
en hoef ik niet zo nodig meer.

In vrede [ Verliefd ]

In het veld in de zon
hoor ik opeens, weg
van mijn gedachten,
in alle rust, alles om
mij heen, dat klinkt
open voor heel
de wereld, heel
de wereld open.