Gewrochte vruchten, nalatenschap

Je leerde rekenen, je leerde taal
En je leert in de tegenwoordige tijd
hoe je de wereld naar eigen goeddunken
kunt plooien naar je eigen welbevinden
al slaat die je een bloedneus
al val je ermee in een ravijn
– Ach, zolang ik val, dan vlieg ik –
en laat je voor je nageslacht
ik weet niet wat.

Liever

Geleidelijk laat het lijf het afweten
– en soms zomaar met een klap of wat –
en ook de geest
is al niet meer wat het geweest is
en zal er niet meer zijn
op een gegeven moment
een onwelkom geschenk
dat je liever nooit uitpakt
maar zo ja, dan niet alleen
liever niet alleen.

Uitzicht

De verwarming bleef uit vandaag
dankzij de zon en de ligging
op het zuiden en de raampartijen

De lente breekt weer aan
en straks ook vast de zomer

Mijn hart klopt
al is het niet raak
noch er op los
waar het bij blijft, vooralsnog.

Attractie

Pierlala doet
de straten aan en de pleinen
met carnaval en kermis

Die hossen
en zich te buiten gaan
buiten alledag
daar danst hij mee
met valse noten op zijn zang
een duwtje hier, een tikje daar
de wereld is zijn leven
Het leven: hij er nooit mee klaar.

Over lijden

Je zal maar
zo ver gevorderd zijn
op de ladder des levens
dat alles bijkans in de verte ligt
en in het verschiet
alleen de volgende sporten naar de hemel
verondersteld, verwacht
of uitzicht loos.

 

[ nav. het overlijden van Dries Van Agt en zijn vrouw ]

Kort dag

Opa sjouwde nog met kolen
voor de warmte in huis
Zijn oma werkte misschien ook wel
tien of twaalf uur per dag
ook als ze zwanger was

En haar grootmoeder en die dan weer
van haar, daar is het gissen
of ze wel dertig, veertig werden
al dronken ze licht bier als water
vertrouwd met poep en pis en zweet
om niet te spreken van goden, geesten
en wat dies meer zij, eeuwen lang

Zoveel, nee, zo weinig, levens terug
leefden mijn voorzaten
met net wat meer dan apen.

Groene kerst

Dan branden we maar
een witte kaars of wat
De winter is een kat
in de zak met misbaar

In de vrede zit de klad
al voor het zoveelste jaar
Grove woorden, alles waar
Groter, grootst is het je-dat

Zoeken we ons welbevinden
in genoegen naar ons hart
om gebroken gemoed te binden

om zacht te maken wat is verstard
door wat de jaren inden
Leef licht! Leef op! Zo zingt de bard.

Geboerd

Weet je nog
dat je woorden spuide
bij de vleet zelfs
met een woordenschat
van hier tot ginder?

Weet je nog
dat je er nooit om verlegen zat
aan één woord genoeg had
om een verhaal op te dissen
met kop en ook nog met staart?

En je wist verhaal te halen ook
En het legde je geen windeieren
En dat dat je nu van pas komt
nu je met je mond vol tanden staat
al neemt de verzorger je die uit
voor de nacht.

Bezegeling

Het hart klopt maar
door, vooralsnog
en zolang laat ook het denken
het niet afweten
al kleunt het nog zo vreselijk mis
bij tijd en wijle
al leeft het op het laatst
op de sporen van verleden tijd

Ondertussen
is een kus nooit weg
van wie je vertrouwt.

Buitenshuis

Het ligt er maar
een hele wereld aan mijn voeten
een hartklop of wat verwijderd
van thuis
en ik weet niet
wat ’t bracht
of het wat bracht
toen ik mij nog begaf in den vreemde.