Vermocht

Die klote wereld ook
heeft zoveel moois
En vast aan alle schoonheid
kleeft de keerzijde

Een pas de deux op het grensvlak
dat is de kunst
zo spreekt de mond
tegen de ogen en de oren
links, rechts gaan de lede-
maten en de tastzin
voeden dat ene hart
van kamer tot kamer
op de adem, in en uit

vermag ik voort te gaan
en verder
tot het verscheiden, weg
van alle grenzen, vlakken

om niet teveel bij stil te staan
om me niet voorbij te lopen
eer ik een schim ben van mijzelf.

Vrije wil op verkiezingsdag

Mijn ogen dwalen
of kijken ze waar ik wil?
Naar links, naar rechts
naar het gras tussen de tegels
een kat die me in de gaten houdt

Weet ik veel waar ik naar kijk?
Maar goed dat ik niet hoef
na te denken en niet stil
te staan bij elke beweging
die ik maak
En of ik die maak?

Ziezo

Het ene moment zus
het andere zo
Zo geef je elkaar een kus
en dan is het van ho

Want al rijmt het op het eerste gezicht
nakend draait het soms om als de weerlicht.

Ha, oogwenk

Een teug
een slok of wat
of een kus
enzovoort
die je naar adem doen happen

even je gewild weten
en veilig als nooit
even los gezongen van de tijd
en buitensporig lief en leed gedeeld
geboren te worden in elkaars armen
punt

Afknapper

‘Waar ga je heen?’
dacht ik eigenlijk nog nooit
zo bij mezelf en op dat
‘Wat wil ik?’, al dan niet ‘nou eigenlijk’
had ik in feite niet meer dan van die
dooddoenerantwoorden

zoals afstuderen over een jaar of wat
een vakantie over een paar maand
naar de overkant van Friesland fietsen
opstaan, naar m’n werk en naar bed
en uit de weg gaan van nabijheid

al klopt het hart, mijn hart, nog zozeer
al maak ik echt wel degelijk contact
al raak ik een ander en mezelf
als het maar niet van mij komt
als het maar niet is voor misschien wel lange duur
als het maar niet is dat ik weer alleen en achter
blijf ten ene male en warmte in kou verkeert.

Gewrochte vruchten, nalatenschap

Je leerde rekenen, je leerde taal
En je leert in de tegenwoordige tijd
hoe je de wereld naar eigen goeddunken
kunt plooien naar je eigen welbevinden
al slaat die je een bloedneus
al val je ermee in een ravijn
– Ach, zolang ik val, dan vlieg ik –
en laat je voor je nageslacht
ik weet niet wat.

Liever

Geleidelijk laat het lijf het afweten
– en soms zomaar met een klap of wat –
en ook de geest
is al niet meer wat het geweest is
en zal er niet meer zijn
op een gegeven moment
een onwelkom geschenk
dat je liever nooit uitpakt
maar zo ja, dan niet alleen
liever niet alleen.

Uitzicht

De verwarming bleef uit vandaag
dankzij de zon en de ligging
op het zuiden en de raampartijen

De lente breekt weer aan
en straks ook vast de zomer

Mijn hart klopt
al is het niet raak
noch er op los
waar het bij blijft, vooralsnog.

Attractie

Pierlala doet
de straten aan en de pleinen
met carnaval en kermis

Die hossen
en zich te buiten gaan
buiten alledag
daar danst hij mee
met valse noten op zijn zang
een duwtje hier, een tikje daar
de wereld is zijn leven
Het leven: hij er nooit mee klaar.

Over lijden

Je zal maar
zo ver gevorderd zijn
op de ladder des levens
dat alles bijkans in de verte ligt
en in het verschiet
alleen de volgende sporten naar de hemel
verondersteld, verwacht
of uitzicht loos.

 

[ nav. het overlijden van Dries Van Agt en zijn vrouw ]