Inval. Overval. Uitval.

Jongen, het gaat niet aan.
Nee, dat klopt. Maar gaat dus tóch mooi door
al is mooi in dit verband
een doekje voor het bloeden
van de zoveelste wond in de loop van de tijd
van jongens en meisjes, van mensen voor zover
ze oud worden, misschien volwassen en heel soms wijs

Daar zijn we nog lang niet klaar mee dan
Nee, dat klopt. En het gaat toch ook móói door
zolang we elkaar maar blijven zien
een hand kunnen geven of meer
het moeten voorbij.

Nabij

Laat het je warmte zijn
– leven, bloei –
dat ik voel
al kruipt het tussen kieren en barsten
al is het over afstanden van zover
ik weet dan
jij bent mij ook zoals ik jou
al zijn we nog zover
al verschillen we nog zoveel
als ik je warmte voel
branden we licht
al is het op.

Onmacht is een gedeeld goed

Nog eentje dan? Nog een woord?
Iets van zin? Betekenis?
Of toch maar nóg een hapje van de mousse?
Of liever een hand, een arm
om je schouders?

Woorden bij de vleet
juist als er geen woorden zijn
die recht doen
Soms zijn die woorden niet meer
dan een vorm van zwijgen
van ons mensen
die nu eenmaal hoofden hebben en tongen.

Verloren

Ergens ben ik kwijt geraakt
wat ik had willen zijn wellicht
waar ik hoop had
al was het al nooit meer
dan een vergezicht in de mist
en bezag ik mijzelf ook niet zozeer.

In gods naam [deel uitmaken]

Als het zo uitkomt
wil ik bij gelegenheid
nog wel ’s leven; alleen
voordat ik dat maar kon zeggen
was er alweer een oogwenk voorbij
in het licht van de zon bekeken
om niet te spreken van melkwegs leven

Toch worstel en lach ik bij
tijd en wijle, daar en vooral hier
op dit stukje aarde
dat ik deel.

Om niets

Nog een rondje. Nog ééntje.
En nog een rondje om.
De winter kwam, daarvoor nog de herfst
De zomer laat zich raden. De lente ook

Weldra breekt die aan:
nog één rondje om
de zon, al beginnen de dagen
te tellen. Jong was je, ben je
als de zon opkomt en weer ondergaat
als de nachten en de dagen
je overkomen en je doet er niet aan
aan nog een rondje om
als alles al rond is.

Dood tij, nimmer dood tij

Als de wolken vliegen
Als de rivier stroomt
Als de zee beukt op de kust
Als je leeft, leef je  

zoals de wolk vliegt
de rivier vliedt en vloed
en eb komen en gaan
en de korrel zand gaat
op de wind gedragen
door water gesleurd.

Leuk is anders

Leuk is anders
en geluk, dat is maar hoe je het opvat:
als dat ene moment
– verwaarloosbaar haast, zo kort, zij het intens –
dat het klaar is
(om niet te zeggen gekomen)
of als wat basaal ten grondslag ligt
aan al je doen en laten
al lukt het soms niet
Met dat korte is het snel afrekenen
Dat andere: een samenvatting
van wat wezenlijk is
en je schraagt.

 

Voorbij altoos [Amsterdams peil]

Altijd leefde ik zomaar ergens
Ik wou dat ik kon leven in mijzelf
De lucht is blauw. De lucht is zwart
Soms istie grijs en de zon kan branden
Het zand aan de zee is onderhevig
aan de wind, aan de zee
Mijn opa was een baken
te lang geleden
in Amsterdam.

 

 

Overvloedig

Langs de eblijn
zover als mogelijk van het land
durf ik amper een voet te zetten
Alleen uitgekiend
treed ik het vergankelijke tegemoet
– of ik moet er niet bij stil staan –
en verder kom ik niet dan de vloed reikt.