Als ik nu eens mijn wereld
klein maak, zo klein
dat ik verhoudingsgewijs
weer groot ben, zo groot
dat ik ‘r aankan
zolang ik niet vol geraakt
word en met stappen
nog vooruit kan
met een beetje wind
schipperend met volwassenheid.
Vooruitzicht
Zo’n honderdenvijftig jaar
– of vijfhonderd voor mijn part
om van onstervelijk niet te spreken –
dat wilde ik wel zondermeer
mits met m’n natje en m’n droogje
en een gezonde nieuwsgierigheid bovendien
maar allengs taant dat verlangen
en weet ik niet meer wanneer ik
niet van geen ophouden meer wil weten.
Inktzwart teknt op wit
En ik ben niet de enige
die liever geniet
van gele bloemetjes als het nog wintert
niet de enige
die liever geniet
van chocola, van kinderspel, volwassenenspel
van schaduwen door zonlicht geworpen
van een klucht, een voorstelling
van alles wat maar
nabij staat, na staat en laat
vergeten
hoezeer wat groot is en ver
dichter en almaar dichter komt
en zeer doet
Liever heb ik het donker van de schaduw
dan het duister buiten enig licht.

Vraagteken
Was het een evenwichtsbalk of een koord
waarover ik vandaag de dag passeerde
met onder mij het water van mijn tranen
wachtend op mijn val, een duik
– dat laat zich raden –
mocht het geringe licht me te machtig
worden en ik hield het niet meer droog
Waar is mama, die veiligheid en warmte
zonder ook maar enig benul
van losse schroeven
laat staan van drijfzand.
Beste
Doe mij maar heel even
bijvoorbeeld van nul tot honderd
zonder rijbewijs
dit leven
hier op aarde, met licht en lucht en water
(en al wat dies meer zij)
waaraan geen waarde valt te geven
buiten die tijd en ruimte om
met een beetje hart
dat leeft
met een traan en lach
in een gedeelde oogwenk.
Nagedachtenis
Dag, zeg maar
dag tegen de nacht
als je op de tast
op weg bent naar de volgende stap
als je zover bent
dat elke terugblik ook passé is
en je moet het doen
met wat de verleden tijd je gaf
één ademtocht
en dan nog één
van de zovele
tot je er niet meer bent
behalve dan van wat er van je rest
met name in gedachten.
Baby Job
Geen idee hoe je ter wereld kwam
En zoveel jaren later
heb je haar op je borst
en op plekken waarvan je ook geen weet had
– en kalend anderzijds –
Veel te kort
om het allemaal te bevatten
en om dat leven te vullen
is ook nog zowat
Van die eerste jaren
geen herinnering
om van de buiktijd niet te spreken
van wat later zijn er flarden
– een beeld, een geur, muziekgeluid –
al te gemakkelijk te verwarren met de foto’s
en de verhalen die je kunt maken
daarvan en van wat je is verteld
Wat is er nodig
baby Job
dat je weet
tot in je vezels
dat je er zijn mag
al zou je falen, fouten maken
dat liefde al met al geen sprookje is?
Slagboom
De vergankelijkheid is
een gepasseerd station
als je eenmaal daar bent
van hier tot ginder
op dat punt in de tijd
waar
je alleen nog kunt dansen
met het heden
waar
je geheel alleen
je de volgende stap zet
vergezeld
met wie maar naast je
Eén januari tweeduizendvijfentwintig
Voorbij is de jaarlijkse jaarwisseling
en nog steeds draait de aarde door
En of wij doordraaien? Dat is de vraag
Al doen we nog zo gek
al brengen we zoveel voort
aan lelijks en aan schoons
ons verhaal is voor nu
en met een open einde
vooralsnog.
Ach
moge het zo zijn, dat je mag
dat je mag doen wat niet moet
dat je los
daarvan
er zondermeer zijn mag
als ware het
vanzelfsprekend
al is het met wee, weet
je bent niet enig
daarmee
en verder gaat het niet
dan iets van schoonheid
dan iets van waarachtigheid
te leven.

