Geen benul nog van het verstrijken
– en van strijken en wasgoed evenmin –
van de tijd; als peuter, als kleuter
regen momenten zich aaneen
een eindeloze tijd, een loze tijd
vol van wat dan ook
achteraf bekeken een jaar of drie, vier
flarden waarvan te verhalen valt
stenen, ruw of gepolijst in de rivier
Stapstenen? Met leedwezen
stel ik de vraag vast.
Noten op zang
“Het is niet anders”
zeggen ze wel als er niks valt
aan te doen. “Het is nou eenmaal
zo” wordt ook gebezigd
al is bij de gratie van de tijd
met elk moment weer
alles anders en zegt men
net zo hard
“Wie weet wat de toekomst brengt”
“Morgen is er weer een dag”
al gaat die vlieger niet altijd op
zeker voor wie de laatste adem uitblaast
en al wat rest is dan een sprookje.
Wat mij betreft
Weet je wat je zou willen zeggen, Job
– nou?
als laatste woorden?
– Nou, dat weet ik niet hoor
Misschien, als er dan iemand is
die luistert
en als die een mens is, zo’n beetje
zoals ik, misschien, misschien dan wel
“ik hou van jou”
Of anders houden we gewoon
elkaars handen vast
een hartklop van elkaar.
Oeps
Mocht je me
willen vasthouden
al is het voor even
– een levensspanne eventueel
maar dat is eigenlijk ook ’t zelfde –
dan smelt ik
een ijsje dat zo graag
een kooltje wilde zijn
schipperend zonder stuur
de steven gewend
Waarnaar: dat mag god weten.
Aanzoek
Mocht je voorbij komen
maar niet echt voorbij
en als we elkaar dan stilaan zien
enzo
mogen we dan
al is het met kloppend hart
– dat mag ik hopen –
met een kus een vrijheid
bezegelen zonder ring
in vertrouwen
dat geen naam mag hebben.
Majeure schreden in mineur (of omgekeerd)
Mama is nog maar kort hier
Net zoals ik, al is de kans groot
dat mijn (te)kort even langer duurt
En pa? Van ’t zelfde laken en pak
hoewel die geenszins van jasje-dasje
houdt, daarin nog niet dood gevonden
wil worden; wat ook niet geschieden zal
Niet dat ik weet heb
van dat grote wanneer en hoe
al is dat eigenlijk van alledag
net zoals daags die kleine mensjes
worden geboren en eigenlijk ongewis
altijd maar de toekomst tegemoet gaan
150 jaar! Of wacht: 200 !
Die tijd wilde ik wel
dat die mij zou zijn beschoren
En een heel klein beetje nog steeds
mits in goede verstandhouding
als je begrijpt wat ik bedoel
– ik hoop dat heer Ollie en Tom Poes mij overleven.

Denkertje Dap
Goedgekeurd. Dat was ik
En toen ik dienst
wilde gaan weigeren
– want of ik aan de leiband van hogerhand
een steentje wilde bijdragen
aan dood of verderf van een vijand
daar wilde ik dan toch wel zelf over beslissen –
werd ik erkend
– kom daar maar ’s om in een dictatuur oid. –
maar kreeg ik nog eerst even uitstel
van vervangende dienstplicht
zoals dat werd genoemd
om te gaan studeren
Aan mijn studie filosofie
bezweek ik na mijn propedeuse
Toen mocht ik mij laten afkeuren
met wat voeten in de aarde
voor die vervangende dienstplicht
en kreeg ik S5
en kon ik proberen iets van een leven
anderszins op te bouwen
met wat vijven en zessen
Tegenwoordig loop ik vaak
langs aan de ene kant
het terrein waar de kazerne ooit stond
waar ik nog werd goed gekeurd
een jaar of zeventien jong
waar nu een nieuwe buurt is
met o.a. vrijstaande panden langs de Hereweg
en aan de andere kant
langs de gebouwen van de opleiding HBO
milieukunde van eertijds – het Van Hall –
waar ik nog gediplomeerd werd tot ingenieur
Nooit dacht ik aan hoe het zou lopen
Dus anders dan gedacht?
Zover ben ik nooit gekomen.
Kind toch
Opeens ben je daar
in de wereld geboren
zo klein, zo groots
tegen alles in
tegelijk voor alles
In welke wereld
dat is de vraag
en juist daarom
eens te meer
omhelsd, gekust
om je gedragen te weten
als de tijd komt.
Gevalletje eenvoud
De avond is voorbij
midden in de nacht
zou je kunnen stellen
of het begin van de ochtend
van de dag die is aangebroken
– met een slok op is alles waar, zwart-wit –
In het café loopt de tap
en daar in een uithoek van de wereld
met alleen oog voor elkaar
is de ene dronk de andere waard
de wereld in een notendop
terwijl we elkaar verstaan
’s ochtends weten we niet meer
al zijn we rijker.
Ontmoet
Mocht
je me raken
al zie je er niet uit
al ben je niemandal
al loop je op je laatste benen
dan vliegen we toch
op en vervluchtigt alles niet ter zake
en weten we niet meer
van me dit en me dat
en is alles opgelost

